Verboden gifstoffen blijven achter in de Westerschelde

Nieuws 31 augustus 2026 2 minuten Redactie
Westerschelde
Shutterstock

Wie uitkijkt over de Westerschelde, ziet een indrukwekkend samenspel van water, scheepvaart en natuur. Onder het wateroppervlak bevindt zich echter een erfenis die veel minder fraai is. Chemische brandvertragers die al twintig jaar verboden zijn, blijken nog altijd in het gebied aanwezig.

Dat blijkt uit een analyse van 181 Europese onderzoeken naar polybroomdifenylethers, afgekort PBDE’s. Deze stoffen werden jarenlang verwerkt in televisies, meubels, gordijnen, kabels, autostoelen en vloerbedekking. Ze moesten voorkomen dat materialen snel vlam vatten.

De brandvertragers zaten niet stevig aan het materiaal vast. Daardoor konden ze langzaam ontsnappen en via lucht, stof, afvalwater en afvalverwerking in het milieu belanden.

De Europese Unie verbood verschillende PBDE-mengsels vanaf 2004. Ze breken nauwelijks af en hopen zich op in het vetweefsel van mensen en dieren. Ook kunnen ze de hormoonhuishouding verstoren. Vooral de mogelijke gevolgen voor de hersenontwikkeling van ongeboren kinderen en baby’s baren onderzoekers zorgen.

Westerschelde als brandpunt
In het Europese overzicht worden de Westerschelde en de Scheldemonding aangewezen als belangrijke brandpunten. De concentraties in zwevend slib behoorden bij eerdere Nederlandse metingen tot de hoogste van Europa.

Daarbij past een belangrijke kanttekening. Een deel van de Nederlandse gegevens waarop de analyse is gebaseerd, is inmiddels ruim twintig jaar oud. Recentere metingen laten enige verbetering zien.

Wageningen Marine Research onderzocht in 2023 onder meer garnalen, bot en visdieven uit de Westerschelde. In garnalen en bot was de concentratie van een veelvoorkomende brandvertrager lager dan bij metingen uit 2007 en 2008. Ook internationale meetreeksen laten een dalende trend zien.

Weg is het probleem niet. Bot uit de Westerschelde overschreed bij de bemonstering van 2023 nog altijd de Europese milieunorm. Dat gold eveneens voor kwik en PFAS. Ook in het Kanaal Gent-Terneuzen worden de doelen voor brandvertragers niet gehaald.

De rekening van vroeger
De vervuiling laat zien dat menselijke keuzes gevolgen kunnen hebben die tientallen jaren voortduren. Stoffen die ooit als praktisch en veilig werden verkocht, blijken generaties later nog in de schepping aanwezig. Een verbod zet wel een streep door nieuw gebruik, maar verwijdert niet wat al in bodem, water en dieren terechtgekomen is.

Dat raakt aan rentmeesterschap. De opdracht om de aarde te bouwen en te bewaren vraagt niet alleen om economische vooruitgang, maar ook om voorzichtigheid. Zeker wanneer de gevolgen van nieuwe materialen nog onvoldoende bekend zijn. Wat vandaag handig en goedkoop lijkt, kan morgen een kostbare erfenis blijken.

Lastige kant van recycling
De stoffen zitten bovendien nog steeds in oude apparaten, meubels, voertuigen en bouwmaterialen. Wanneer die producten worden hergebruikt, kunnen de brandvertragers opnieuw in de productieketen terechtkomen. Onderzoekers vonden ze bijvoorbeeld terug in zwart plastic keukengerei en voedselverpakkingen.

Daarmee ontstaat een lastig dilemma. Recycling wordt gepresenteerd als een oplossing voor afval en grondstoffengebruik. Maar wanneer oude schadelijke stoffen worden meegerecycled, kan hergebruik juist nieuwe risico’s opleveren.

Werkelijk rentmeesterschap vraagt daarom om meer dan zoveel mogelijk materiaal opnieuw gebruiken. Het vraagt ook om zorgvuldige controle: wát geven we via gerecyclede producten door aan de volgende generatie?

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Opvoeding
Best Gelezen Kerk