Geen zonnepanelen, geen windmolens, toch 'groene' energie: op Hawaii hebben ze een list bedacht

Een energiecentrale zonder brandstof, windmolens of zonnepanelen: op Hawaï wordt elektriciteit opgewekt met het temperatuurverschil tussen de boven- en onderkant van de oceaan. Het principe kan dag en nacht stroom leveren. Of het ook grootschalig kan worden uitgerold, is wel de vraag.
In tropische gebieden kan het zeewater aan de oppervlakte bijna 30 graden zijn, terwijl het op honderden meters diepte slechts 4 tot 6 graden meet. Met dit verschil kan elektriciteit worden opgewekt. De techniek heet Ocean Thermal Energy Conversion, kortweg OTEC.
Warm oppervlaktewater verwarmt een vloeistof met een laag kookpunt, bijvoorbeeld ammoniak. De vloeistof verdampt en drijft een turbine aan. Koud water uit de diepzee koelt de damp vervolgens weer af, waarna het proces opnieuw begint.
Proefcentrale op Hawaï
Het Amerikaanse bedrijf Makai Ocean Engineering bouwde op Hawaï een proefcentrale. De installatie werd in 2015 aangesloten op het elektriciteitsnet en wordt vooral gebruikt om te testen.
Het voordeel van OTEC is dat een centrale dag en nacht kan draaien. De techniek is vooral interessant voor tropische eilanden, die nu afhankelijk zijn van ingevoerde diesel.
Nog niet rendabel
Er zijn ook flinke obstakels. Omdat het temperatuurverschil betrekkelijk klein is, is het rendement laag. Een centrale moet enorme hoeveelheden zeewater verpompen. Daarvoor zijn grote en kostbare leidingen nodig die honderden meters diep de zee in lopen.
Ook is nog niet volledig duidelijk welke gevolgen het oppompen en lozen van diepzeewater heeft voor het plaatselijke zeeleven. In de Nederlandse Noordzee is het temperatuurverschil bovendien te klein voor OTEC.
Voor tropische eilanden kan de techniek wel interessant worden. Het principe werkt, maar de proef op Hawaï moet aantonen of stroom op deze manier ook op grote schaal betaalbaar kan worden opgewekt.


















