In Noord-Koreaanse kampen werken christenen twintig uur per dag. „De gevangenisbeambte brulde: „Dit is onze kans om van die gestoorde, godsdienstige man af te komen!”
Het is een absurde, onvoorstelbare werkelijkheid. De strafkampen in Noord-Korea zijn een verschrikking. Vooral voor christenen, die de ergste straffen en moeilijkste plekken krijgen. Toch gaat er iets van hen uit. ‘Als gelovigen geslagen werden, stonden ze soms opeens op en begonnen liederen te zingen en ‘amen’ te zeggen. De bewakers dachten dat ze gek waren en namen hen mee naar de elektrische martelkamer. Ik heb nooit één gelovige zien terugkeren uit die kamer’.
Zij worden afschuwelijk gemarteld, gehaat en gedood. Maar onvermoeibaar blijven ze getuigen van die éne Naam onder de hemel, waarin ze ondanks hun ondraaglijk lijden blijven geloven.




















