Iraanse ex-gevangene: „Ik probeerde te bidden om mijn vrijlating, maar kon mijn mond niet openen om het de Heere te vragen”

Openlijk christen-zijn is in Iran levensgevaarlijk. Veel christenen belanden achter de tralies en verkeren daar onder een zwaar regime. Wonderlijk genoeg zijn twee jonge christenen bang dat ze te snel worden vrijgelaten. Dat vertelt de Iraanse Farshid Fathi – zelf ook ex-gedetineerde – toen hij hen onlangs sprak.
In Iran is het verboden om openlijk christen te zijn. Evangeliseren is al helemaal not done, al geldt voor Armeense, Assyrische en Chaldeeuwse kerken een uitzondering. Maar voor de moslimbevolking is zelfs het hebben van een Bijbel verboden.
De Iraanse christen Farshid Fathi werd opgepakt vanwege het geloof, vertelde hij aan de Amerikaanse website The Gospel Coalition.
Hij werd geslagen, waardoor hij zijn teen brak en zach ook zijn kinderen van twee en zeven jaar niet opgroeien. Tegelijk weet hij dat anderen het veel erger hebben gehad dan hij. „Zelfs de apostel Paulus was soms ‘boven zijn macht’ bezwaard,” zei hij, daarbij 2 Korinthe 1:8 citerend.
Hij riep met Paulus andere christenen op om – zoals staat in 2 Korinthe 8:11 – om door het gebed ‘mede te arbeiden’.
Wat de inhoud van het gebed moet zijn? Dat vertelden twee jonge christenen die hij onlangs telefonisch sprak. „Het is niet wat je zou verwachten.”
De twee zitten vast in „één van Irans zwaarste gevangenissen.” Toch zeiden ze: „‘Bid dat we niet vrijgelaten worden vóór onze taak hier afgerond is’. Meerdere medegevangenen mochten ze door hun getuigenis tot het geloof leiden. Nu was hun grootste zorg dat ze lang genoeg in de gevangenis zouden blijven om hun medegevangenen verder onderwijs te geven.”
Bid om vrucht op het Evangelie
Voor Fathi was het verzoek géén verrassing. Toen hij zelf in de gevangenis zat kon hij ook niet bidden voor zijn vrijlating. „Ik probeerde dat wel, maar ik kon mijn mond niet openen om het de Heere te vragen.”
Hij moet denken aan een medegevangene, een toegewijde moslim. „Hij werd vals beschuldigd. Hij vroeg mij op een dag: ‘Farshid, onze God is dood. Maar ik heb gehoord dat jouw God leeft. Wil jij voor me bidden?’
Ik was bang voor een valstrik, dus ik bad slechts kort met hem. Maar de volgende dag kreeg de man te horen dat de aanklacht vervallen was.”
Bid ook om kracht voor de gevangenen
Toch wil Fathi niet de indruk geven dat het makkelijk is om in de gevangenis te zitten. Hij werd mishandeld en „het niet weten hoelang je er nog moet blijven” is zwaar. „Bid daarom om vrede en volharding voor hen die lijden.”
Zelf kreeg hij in de tijd dat hij in de gevangenis zat een brief waarin iemand schreef dat er voor hem gebeden werd dat hij een goede nachtrust zou hebben. „En ik kan eerlijk zeggen: ik sliep inderdaad goed in de gevangenis. Ik geloof dat God de gebeden van die man verhoordde.”




















