De ouderling die nooit ouderling werd. 'Hij fluisterde zacht: „Wat heb je nou aan mij?”'
In zijn eerste gemeente had hij een ouderling 'die nooit ouderling is geworden', schrijft ds. A.T. Huijser. 'Hij moest het wezen, maar kon het niet zijn'.
Wat ds. Joh. van der Poel eens zei, was hem uit het hart gegrepen: ‘De beste ouderling is een onding’. Dat zéi hij niet alleen – want in nederige hoogmoed kunnen we heel wat klaarmaken – maar dat beleefde hij.



















