Uitzonderlijke vondst: verkoolde balken gevonden in Jeruzalem uit de tijd van de Babylonische wegvoering

Archeologen hebben in de Stad van David in Jeruzalem een uitzonderlijke vondst gedaan: grote houten balken die volgens onderzoekers zijn verkoold tijdens de Babylonische verwoesting van Jeruzalem in 586 voor Christus. De balken lagen ruim 2600 jaar verborgen onder een laag gestold pleisterwerk. Het is een tastbare connectie met de geschiedenis van het Joodse volk in het land. Archeoloog Efrat Bocher: „Je kijkt naar een directe getuige van de vernietiging van de stad.”
De ontdekking werd gedaan tijdens opgravingen in het zogeheten Givati-parkeerterrein, ten zuiden van de Oude Stad van Jeruzalem. Israëlische archeologen troffen er de resten aan van een gebouw uit de tijd van de Eerste Tempel, waarvan een binnenplaats vermoedelijk werd overdekt door zware houten draagbalken.
Uitzonderlijke vondst
Dat hout uit deze periode wordt aangetroffen, is op zichzelf al bijzonder. Organisch materiaal vergaat in het klimaat van het Midden-Oosten doorgaans snel. Houten voorwerpen uit de tijd van de Eerste Tempel worden dan ook slechts zelden gevonden, laat staan complete constructiebalken.
Toen de Babylonische legers van koning Nebukadnezar Jeruzalem innamen, staken ze de stad in brand. Volgens de onderzoekers zorgde juist deze hitte ervoor dat de balken bewaard bleven.
Bij de brand stortte het gebouw in, waarbij de balken op de vloer van de binnenplaats vielen en bedolven werden onder brokstukken. „We denken dat het pleisterwerk van de muren door de brand gedeeltelijk smolt en over de verkoolde balken heen stroomde,” verklaart archeoloog Efrat Bocher, één van de leidinggevenden van de opgraving. „Daardoor ontstond als het ware een beschermende laag die het hout eeuwenlang afsloot van invloeden van buitenaf.”
Directe getuige van een ramp
De Babylonische verwoesting van de stad en de Eerste Tempel markeerde het einde van het koninkrijk Juda en leidde tot de Babylonische ballingschap, die nog altijd jaarlijks wordt herdacht.
Volgens Bocher krijgt die historische herinnering door de ontdekking een tastbare dimensie. „Als je de balken ziet, heb je het gevoel dat je oog in oog staat met het moment waarop alles gebeurde”, zegt zij. „Je kijkt naar een directe getuige van de vernietiging van de stad.”
Lange relatie met het land
Een politieke duiding bleef niet uit. Israëls minister van Erfgoed, Amichai Eliyahu, noemde de balken „een krachtige herinnering aan de aanwezigheid van het Joodse volk in Jeruzalem 2600 jaar geleden”. Het is een tastbaar bewijs van de lange relatie van het volk met het land.


















