Getrouwde moeders zijn het gelukkigst, maar als de kinderen ouder worden, neemt dat geluk af

Getrouwde moeders die bij hun partner blijven, ervaren duidelijk meer levensgeluk in de eerste veertien levensjaren van hun oudste kind dan samenwonende moeders. Dat concludeert onderzoeker dr. Harry Benson van de Britse organisatie The Marriage Foundation in een nieuw onderzoek. Maar het geluk lijkt – bij alle moeders – af te nemen als kinderen ouder worden.
Voor het onderzoek volgden wetenschappers een groep van 3.700 Britse moeders die tussen 2000 en 2002 hun eerste kind kregen. De onderzoekers volgden deze vrouwen totdat hun kind de leeftijd van veertien jaar bereikte.
Het doel was om zowel de stabiliteit van de relatie als de tevredenheid van de moeders op lange termijn in kaart te brengen.
Iets meer dan de helft van alle onderzochte moeders – 52 procent – gaf aan zeer tevreden te zijn met hun leven op het moment dat hun eerste kind veertien jaar werd.
De burgerlijke staat blijkt hierin wel verschil te maken. 59 procent van de moeders die vóór de geboorte van hun eerste kind trouwden een hoge mate van tevredenheid. Bij moeders die na de geboorte van hun eerste kind trouwden en bij hun partner bleven, lag dat cijfer nog iets hoger: 61 procent. Van de moeders die al die jaren samenwoonden met dezelfde partner zei 49 procent tevreden te zijn met hun levenssituatie.
Dat verschil is 10 tot 12 procent en ook na correctie voor sociaaleconomische en demografische verschillen significant.
Tevredenheid en verbondenheid
Dr. Harry Benson, die leiding gaf aan het onderzoek, gaf aan dat hij wilde nagaan of stellen die samenblijven ook daadwerkelijk gelukkig zijn in hun relatie. „De studie onderzoekt niet alleen of moeders die trouwen meer kans hebben om samen te blijven met de vader van hun kind, maar ook of het huwelijk samenhangt met een grotere levenstevredenheid onder moeders van wie de relatie intact blijft.”
Volgens de onderzoeker ondersteunen de data die laatste gedachte. Benson: „Moeders die trouwden en bij elkaar bleven, rapporteerden aanzienlijk vaker een hoge levenstevredenheid dan moeders die wel samenbleven maar nooit trouwden. Ook blijkt er een positief verband tussen het huwelijk en het bij elkaar blijven van ouders.”
‘Scheidingsrisico’
Naast de levenskwaliteit onderzocht de studie de kans op een relatiebreuk gedurende de periode van veertien jaar.
Ongehuwd samenwonende stellen kenden een berekend ‘scheidingsrisico’ van 44 procent. Bij ouders die vóór de geboorte van het kind trouwden, lag dit risico op 27 procent. Ouders die ná de geboorte in het huwelijk traden, was dat overigens nog iets lager: 25 procent.
Het laagste percentage van tevredenheid werd gemeten onder moeders die samenwoonden toen ze hun kind kregen en bij wie de relatie inmiddels gestrand was: 42 procent.
Hoe ouder de kinderen, hoe minder gelukkig
De studie laat ook zien dat het geluk van moeders over de gehele linie daalt als kinderen ouder worden. Deze daling trad op in de periode tussen het moment dat het eerste kind negen maanden oud was en de tienerjaren.
Hoewel gehuwde moeders telkens een hoger niveau van tevredenheid rapporteerden dan ongehuwde moeders, ervoeren alle groepen een zekere mate van afname.
Wellicht was die afname nog sterker geweest als het onderzoek nog een paar jaar doorgetrokken was tot de kinderen een jaar of zestien waren geweest, waarin de puberteit nog heftiger kan zijn.
Geen oorzakelijk verband
De bevindingen van Marriage Foundation bevestigen dat het huwelijk niet alleen stabiliteit van relaties vergroot, maar ook invloed heeft op het gevoel van geluk dat mensen hebben, stelt Benson. „Kort gezegd hebben getrouwde moeders na de geboorte van hun eerste kind meer kans om gelukkiger te zijn, en dat verschil blijft in elk zichtbaar totdat hun kind veertien jaar oud is.”
Benson benadrukte wel dat het om een observationele studie gaat. De verzamelde data kunnen geen hard oorzakelijk verband aantonen tussen huwelijk en geluk.
Volgens Benson onderstrepen de resultaten het belang van duurzame gezinsvorming. Hij pleit ervoor dat beleidsmakers het huwelijk niet uitsluitend zien als een gevolg van stabiliteit, maar ook als een instelling die stabiliteit kan bevorderen.




















