Baseerde Luther de melodie van Een vaste burcht op een kroeglied? Gedachten over geestelijke muziek

Maakte Luther gebruik van kroegmuziek? Dat wordt regelmatig beweert om daarmee moderne muziek in de kerk te rechtvaardigen, constateert ds. Pooyan Mershasi, een Iraans-Ierse predikant die zich verwant weet aan de traditie van reformatie en puriteinen. Mershasi gaat in op de argumenten en geeft richtlijnen voor geestelijke muziek. „Er is geen door God geïnspireerde lijst van aanvaardbare toonladders of ritmes.”
Een tegenwerping die christenen soms te horen krijgen als ze bezwaren maken tegen populaire, wereldse muziekstijlen in de eredienst, is: „Maarten Luther gebruikte ook liedjes uit de kroeg om er gezangen van te maken. Waarom zouden wij er dan bezwaar tegen hebben om het nu ook te doen?"
De vraag is of die tegenwerping hout snijdt. Want het probleem is dat er geen historisch bewijsmateriaal voor.
Krachtige, dansachtige melodie
Luthers beroemdse gezang is Een vaste burcht. Het verscheen in de beginjaren van de Reformatie en is gebaseerd op de grote waarheden van Psalm 46.
Traditioneel wordt de melodie ervan toegeschreven aan Luther zelf. Geleerden hebben gedebatteerd over aspecten van de precieze muzikale oorsprong, maar is er geen betrouwbaar bewijs dat de melodie afkomstig is van een kroeglied.
Het is waar: de oorspronkelijke melodie klinkt levendiger dan de statige versie die tegenwoordig vaak te horen is. Er zitten krachtige ritmes in die door musicologen wel omschreven worden als bijna dansachtig.
Maar levendig is niet hetzelfde als dronken. Een galopperend paard is ook levendig, maar daarmee hoort hij nog niet thuis in een kroeg.
Bestaande praktijk
Het is waar dat Luther en andere hervormers soms gebruik maakten van bestaand muzikaal materiaal. De praktijk om nieuwe woorden op een bestaande melodie te zetten, was ingeburgerd.
Maar dat algemene feit kan niet bewijzen dat Een vaste burcht een kroeglied is. We moeten geen Luther verzinnen die nooit heeft bestaan om onze voorkeuren te rechtvaardigen.
Trouwens, zelfs al hád Luther een kroeglied gebruikt, dat zegt nog niets over welke muziek je in de christelijke eredienst mag gebruiker. Want Luther is weliswaar een groot reformator, maar niet de regel voor het geloof.
Bijbelse voorschriften
De vraag is niet wat Luther, de puriteinen of de christenen van de afgelopen vijfhonderd jaar deden, maar wat God zegt over de eredienst.
De Schrift zegt: ‘Al dit woord, hetwelk Ik ulieden gebiede, zult gij waarnemen om te doen; gij zult daar niet toedoen, en daarvan niet afdoen’.
Hierin schuilt een belangrijk principe: de eredienst ontstaat niet vanuit het denken van de mens over God, maar vanuit openbaring van God aan de mens. Wij zijn niet de architect die het huis van God ontwerpt, maar de knechten die de plannen van de Meester uit moeten voeren.
De Tweede Londense Baptistenbelijdenis van Geloof verwoordt dat de ‘aanvaardbare manier om de ware God te aanbidden, door Hemzelf is ingesteld’ en daarom niet mag worden bepaald volgens ‘de verbeeldingen en bedenksels van mensen’. Dat zou ons voorzichtig moeten maken.
Emotionele kracht van muziek
Muziek is niet neutraal. Luther zelf had een hoge dunk van muziek. Hij schreef in 1538 dat ‘naast het Woord van God muziek de hoogste lof verdient’.
Muziek geeft woorden emotionele kracht. Het helpt de waarheid in het geheugen te verankeren, zodat mensen op leeftijd door de melodie teksten herinneren als de preken zijn vergeten.
Als muziek zo'n kracht bezit, zouden we er dan onzorgvuldig mee omgaan?
Heilige gevoelens opwekken
Daarom is bij keuzes voor muziek in de eredienst niet de vraag of mensen het leuk vinden, maar: zal dit het Woord getrouw verkondigen? Zal het de gemeentezang versterken? Zal het de aandacht richten op Christus in plaats van op de uitvoerdende? Zal het heilige gevoelens opwekken?
En: past het bij de plechtige en tegelijk vreugdevolle ontmoeting van een verloste zondaar met de levende God?
In het Nieuwe Testament staat: „Het Woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.”
Let op het middelpunt: het Woord van Christus. Christelijke zang moet geen vermaak met christelijke woorden zijn, maar waarheid die met het hart wordt gezongen.
Geen geïnspireerde lijst van aanvaardbare ritmes
De Schrift gebiedt gelovigen om God te dienen ‘met eerbied en godvruchtigheid’, staat in Romeinen 12.
Nee, een oude melodie is niet per se heilig, en een nieuwe niet per se wereld. Er is ook geen door God geïnspireerde lijst van aanvaardbare toonladders of ritmes.
Maar de Bijbel geeft wel principes die het doel, het karakter en de sfeer van de eredienst bepalen. Dáár moeten we beginnen.
De mode van Babel
De kerk kan geneigd zijn om over de muur naar de wereld te kijken en zich af te vragen: „Wat trekt mensen?" Maar de kerk heeft iets oneindig veel groters ontvangen dan aantrekkingskracht: de waarheid.
De mode verandert bijna maandelijks. Wat vandaag modern klinkt, is morgen ouderwets. Christus heeft de mode van Babel niet nodig om Zijn Evangelie krachtig te maken.
Het is niet onze taak om de eredienst zo veel op de cultuur te laten lijken dat mensen van buiten geen verschil meer merken.
Integendeel: er móét juist verschil zijn. Ze moeten een volk ontmoeten wiens vreugde grond heeft en niet oppervlakkig is. Hun gezang moet vol zijn van Christus.
En wat Luther betreft: laten we hem niet langer voor ons karretje spannen om onze muziekkeuzes te rechtvaardigen, maar laten we ons daarvoor baseren op een sterk argument dat Luther zelf heeft herontdekt: terug naar het Woord van God.






















