Lieuwe Siebe was in Nepal. „Kinderen van twee jaar riepen om hun moeder, die was weggespoeld. Dat brak me"

Vorige week spoelde een verwoestende stortvloed gebouwen, huizen en mensen in Nepal weg. Fotograaf Lieuwe Siebe de Jong trok met een crossmotor de bergen in en zag e gevolgen met eigen ogen. „Het is het regenseizoen, dus bij elke regenbui vrezen ze een volgende stortvloed."
Lieuwe Siebe de Jong is filmmaker en fotograaf bij noodhulporganisatie ZOA, christelijke noodhulporganisatie ZOA. „Ik was binnen twee dagen na de ramp in het rampgebied. Onze achterban weet ons altijd snel te vinden met de vraag of we noodhulp gaan verlenen, zodra ergens een ramp gebeurt. En dat doen we ook."
ZOA had al contacten met lokale partners met wie ze sinds de aardbeving in 2015 samenwerken. „Als filmmaker en fotograaf is het goed om er ook te zijn. Enerzijds om de distributie in beeld te brengen, maar ook om de menselijke kant van de ramp vast te leggen. Zo laat je aan donateurs zien wat we aan het doen zijn."
Wat trof je aan?
„Je zag weggespoelde stadjes. Verschrikkelijk om te zien. Er zitten mensen langs de kant van de rivier, die uitgehold is door de enorme modderstroom vol rotsblokken.
Ze kijken naar wat ooit hun stadje was. Hun huis, hun bezittingen, hun business: helemaal weg. Ze hebben alleen de kleren nog die ze aanhadden. En onder de modder liggen nog veel lichamen. Familieleden zijn weggespoeld. Dat is heel heftig om mee te maken.
Iedereen is natuurlijk in de ban van wat er gebeurt. Het is het regenseizoen, dus bij elke regenbui vrezen ze een volgende stortvloed."
Wat vind je van de aandacht voor deze ramp in het westen?
„Er is relatief veel aandacht. Ik ben veel gebeld door journalisten en dat is een goed teken. Ik ben weleens eerder in een land geweest waar ook een behoorlijk unieke situatie was, maar daar was nauwelijks respons op.
Het is me als één van de weinigen gelukt om in het afgelegen gebied te komen. Ik ben achterop een crossmotor meegegaan, dus ik kon snel vooruit op de hulptroepen."
Hoe is het om voortdurend in moeilijke omstandigheden rond te lopen?
„Dat went nooit. Het is zwaar en het blijft zwaar. Het kost me heel veel moeite. Als ik straks thuis ben, moet ik echt door een proces heen. Zo zit ik in elkaar. Ik denk dat trauma's besmettelijk zijn. Daar heb ik zelf in elk geval last van."
Wat doet dat met je wereldbeeld?
„Er is ontzettend veel ellende in de wereld. Volgens mij hebben we er geen goed zicht op hoe erg het eigenlijk gesteld is met de wereld.
Natuurlijk zeg ik dat ook omdat ik naar die plekken ga. Maar de schaal waarop mensen lijden in deze wereld is nog groter dan ik mij kan voorstellen.
Daar hebben we ons toe te verhouden. Je moet het aanvaarden, anders ga je eraan onderdoor. We kunnen het niet veranderen. We kunnen alleen leed verzachten.
Dat proberen we bij ZOA ook te doen. We proberen bijvoorbeeld de weeskinderen die ik zag te voorzien van eten, van een matras en een deken. Dat is het minste wat we kunnen doen."
Wat blijft je vooral bij?
„Dat laatste, die weeskinderen. Ik was in een stadje in de bergen, in het noorden van Nepal. Er was een schoolgebouw dat wat hoger stond en daardoor niet was weggespoeld.
De kinderen – meer dan zeventig – waren allemaal op school terwijl hun ouders en familie in het dal zijn weggespoeld en overleden.
Ik zag kinderen van twee jaar huilend op de grond zitten in een klaslokaal die als opvang dient. Ze riepen om hun moeder. Maar die komt niet, want ze is overleden. Dat begrijpen die kinderen van twee natuurlijk niet. Dat brak me.
Er zijn veel kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt. Of ouders die hun kinderen zijn kwijt. Iedereen langs die rivier heeft familieleden of bekenden verloren."




















