„Voor de dienst ging ze naar de consistorie om te zeggen dat het beroep aangenomen zou worden" Een bemoediging voor vacante gemeenten

De Gereformeerde Gemeenten kennen veel vacante gemeenten. Er gaan talloze beroepsbrieven uit, waarop nooit het gehoopte antwoord komt. Je zou er moedeloos van worden. Doe dat niet, zeggen zowel ds. M. Karens als ds. G.W.S. Mulder in twee verschillende stukjes. „De Heere liet hem zien dat er een vrouw tot Hem zuchtte voor de herderloze gemeente."
Er zijn in de Gereformeerde Gemeenten veel vacante gemeenten, schreef ds. M. Karens (GG) in het Kerkelijk Nieuws, een kerkelijk weekblad van de classis Goes.
'Er werden veel beroepen uitgebracht op drie kandidaten. Het zou ons moeten uitdrijven naar de troon van de genade. 'De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige'.
Verkoop pastorie
De vraag is hoe er met beroepingswerk wordt omgegaan. Met verbazing had hij de uitnodiging van een ledenvergadering in een vacante gemeente gezien. Eerste punt: het beroepen van een predikant. Tweede punt: de verkoop van de pastorie.
'Een agenda met twee tegenstellingen, die bij mij veel vragen opriepen. Sprak er een geloofsverwachting uit deze twee agendapunten?'
Hondertwintig beroepsbrieven
Ook ds. G.W.S Mulder (GG) stond in De Saambinder stil bij beroepingswerk en vacante gemeenten. 'Er zijn gemeenten die vaak een predikant hebben', schrijft hij. 'Er zijn er ook die al meer dan hondertwintig beroepsbrieven hebben verstuurd'.
Het valt hem op dat er soms weinig geestelijk mee omgegaan wordt. „Dit is een bijzonder beroep, echt een mooie gemeente voor hem," wordt dan gezegd. Of: „De dominee heeft niet te klagen, kijk eens wat een mooie pastorie wij bieden.”
Afhankelijk leven
Beroepingswerk vraagt om een 'afhankelijk geestelijk leven', schrijft ds. Mulder. 'Heeft het beroepingswerk u weleens in oprechte verootmoediging bij de Heere gebracht?'
Ds. M. Karens haalt een voorval aan van iemand die wél geestelijk met beroepingswerk om ging. 'Ds. G. van Reenen had een beroep ontvangen uit de gemeente Opheusden. Hij was het beroep vergeten.
Zijn oudste dochter vroeg op zaterdagavond of hij al bedankt had. Hij ging naar zijn studeerkamer om de bedankbrief te schrijven'.
Sandriena Jordaan
Maar dat liep anders. 'Eerst boog hij nog zijn knieën. De Heere liet hem op dat ogenblik zien dat in Opheusden een vrouw tot de Heere zuchtte voor de herderloze gemeente.
Hij moest de roepstem onvoorwaardelijk volgen. Het was alleen te laat om de kerkenraad nog zijn beslissing mee te delen.
De vrouw, Sandriena Jordaan, had zoveel geloof dat ze op zondagmorgen voor de dienst naar de kerkenraadskamer ging met de mededeling dat ds. Van Reenen het beroep had aangenomen.
De dienstdoende ouderling deelde de gemeente mee wat er zojuist was verteld. Op maandagmorgen kwam het telegram van ds. van Reenen dat hij het beroep had aangenomen'.
Bemoediging voor vacante gemeenten
Het feit dat het de Heere is Die zendt, geeft moed, schrijft ds. Karens. 'Hij beware voor moedeloosheid. Hij spreekt en het is er. Dan kan het ook voor onze onwaardige gemeente zonder enig recht op een dienaar'.
Ook ds. Mulder heeft een bemoediging voor vacante gemeenten: 'Vaak moet ik denken aan het herdenkingsboek bij het jubileum van de gemeente Poortugaal. Dat kreeg als titel mee: 50 jaar vacant, maar niet zonder Herder.
Let op de goede Herder. Wie kan de geestelijke zorg beter toevertrouwd worden dan aan Hem?'
Ds. Karens eindigt met een advies: 'Eén ding lijkt me duidelijk: bij het beroepen van een dominee zou ik de pastorie nog maar niet verkopen!'


















