Melkveehouder Henk van der Wind over boerenprotesten. „De verbinding is weg. Dat maakt de situatie politiek gevaarlijk”

Boerenprotesten laten zien dat de zorgen onder boeren groot zijn. Melkveehouder Henk van der Wind heeft begrip voor boeren die via protesten aandacht vragen voor hun situatie, zolang dat binnen de wettelijke kaders gebeurt. Hij ziet veel onzekerheid onder boeren over de gevolgen van het overheidsbeleid. „Aan onzekerheid van weer en markt zijn we gewend, maar op de onzekerheid van de overheid kun je nauwelijks anticiperen."
„Er zijn de afgelopen jaren behoorlijk veel verschillende vormen van protest geweest," zegt Van der Wind. „Een in het oog springende uiting is natuurlijk de boeren met de trekkers op de weg. Dat kan op zich een middel zijn om je als relatief kleine sector toch in beeld te brengen. Om van je te laten horen en de aandacht op je te vestigen. Het moet wel binnen de kaders van de wet.
Een actie zoals die in Barneveld, waarbij boeren in optocht naar het gemeentehuis gingen en met de burgemeester spraken, is bijvoorbeeld goed verlopen. Burgemeester Jacco van der Tak begreep wat er speelde en wilde de zorgen in Den Haag onder de aandacht brengen. Dat vind ik een goede manier van protesteren.”
Waar zou, volgens u, de grens liggen tussen een vreedzaam protest en protestacties die eigenlijk te ver gaan?
„Ik vind dat ongecontroleerd wegen dichtzetten, brandstichten, beschadigen van eigendommen en dergelijke te ver gaan. Dat dient geen enkel doel en jaagt de gemeenschap bovendien op kosten.
Een ordentelijk protest moet binnen de wettelijke kaders plaatsvinden, met goed overleg met de overheid en politie.
De actie waarbij door de FDF Jodensterren met een boerenembleem werden uitgedeeld, vind ik zeer verwerpelijk. Daarmee wordt de geschiedenis misbruikt en de sector veel schade gedaan.
Het is een kleine groep die zoiets doet, maar andere boeren worden er wel op aangesproken. Dat moet je op geen enkele manier willen.
Over de omgekeerde vlag ben ik minder veroordelend. Dat kan worden gezien als een uiting dat men zich in een noodsituatie bevindt. Ik zie het niet zo zwart-wit dat het nooit zou kunnen, al vind ik het zelf ook geen fraai beeld.
Tegelijkertijd vertegenwoordigt de Nederlandse vlag bepaalde waarden en vind ik het begrijpelijk dat mensen daar gevoelig voor zijn. Rond 5 mei zou de agrarische sector daarom terughoudend moeten zijn met het gebruik van omgekeerde vlaggen.”
Hoe moet volgens u de overheid omgaan met boeren die actievoeren tegen beleid waar zij het mee oneens zijn?
„Ik denk dat het belangrijk is dat lokale overheden de zorgen van boeren serieus nemen en die ook in Den Haag onder de aandacht brengen. Dat kan door een brief van boeren te ondertekenen, maar gemeentes kunnen die zorgen ook zelf verwoorden.
Het gaat erom dat Den Haag goed beseft wat het beleid betekent voor het platteland. Als de agrarische sector verdwijnt, heeft dat ook gevolgen voor de rest van de economie.”
Zouden de protesten aankomen bij de bestuurders?
„Ja, ik dat denk ik zeker. In Den Haag wordt momenteel goed geluisterd, ook vanuit politieke overwegingen. Partijen als het CDA en de VVD willen de binding met een groot deel van hun achterban behouden en proberen daarom goed te begrijpen wat er speelt.
Dat de zorgen breed leven, blijkt ook uit bijeenkomsten door het land. Bij een bijeenkomst waren bijvoorbeeld meer dan 1100 bezoekers. Daar worden de gevolgen van de plannen technisch toegelicht, ook voor verschillende typen boerenbedrijven.
Ik verwacht daarom dat er vanuit de politiek nog reacties komen om de plannen bij te stellen.
Tegelijkertijd maakt de politieke situatie het ingewikkeld. Sommige partijen willen geen enkele verandering. De komende tijd zal het daarom sterk een politiek gebeuren worden.”
Terwijl de boeren hun stem laten horen, blijven ze in de onzekerheid zitten?
„Ja. Er zijn maar weinig boeren die positief zijn over de plannen; de meesten maken zich grote zorgen. Ik denk dat de minister er verstandig aan doet om te kijken hoe hij de verbinding met de boeren kan behouden.
Boeren willen aan het werk. Ze willen ook met de doelen aan de slag, maar dan moet er wel perspectief zijn. Dat betekent onder andere dat maatregelen financieel haalbaar moeten zijn.
Sommige oplossingen vragen investeringen van enkele honderdduizenden euro's, en dat kunnen bedrijven er niet zomaar bij hebben.
Boeren zijn gewend om met onzekerheden te werken, bijvoorbeeld door het weer en de markt. De afgelopen tien tot vijftien jaar is daar de overheid als onzekere factor bijgekomen. Dat is een factor waarop je nauwelijks kunt anticiperen.”
Hoe zou de minister de verbinding met de boeren moeten zoeken?
„Ik denk dat de minister breder met de sector in gesprek moet gaan dan hij tot nu toe heeft gedaan.
Hij heeft met verschillende belangengroepen te maken, maar tot nu toe heeft hij met een te kleine vertegenwoordiging van boeren gesproken. Hij moet zich echt verdiepen in de haalbaarheid van de maatregelen.
Als zelfs de meest vooruitstrevende bedrijven met de huidige stand van zaken klem komen te zitten, dan denk ik dat je als minister je huiswerk niet goed hebt gedaan.
De maatregelen moeten zo worden vormgegeven dat bedrijven kunnen aanhaken. Als de voorlopers daarmee beginnen, kunnen ook andere bedrijven in de jaren daarna volgen op basis van hun kennis en ervaringen.
Wat je nu ziet, is dat de verbinding met de boeren eigenlijk helemaal weg is. Dat maakt de situatie volgens mij ook politiek gevaarlijk.”



















