CCI gaat samenwerken met Cariben. „Afschuw" en „blijdschap" om christelijk geluid uit Nederland

Eind juli sloot Christian Council International (CCI) een overeenkomst met een christelijke organisatie uit het Caribisch gebied met als doel het bevorderen en verdedigen van het leven, het gezin en andere christelijke waarden in de regio. CCI-directeur Henk-Jan van Schothorst legt uit waarom dat nodig is. „CCI laat hen gebruikmaken van de ingangen die zij heeft bij internationale instellingen."
CCI werd in 2013 opgericht vanuit een groeiende zorg over een frontale botsing van mens- en wereldbeelden. Van Schothorst: „Eigenlijk de strijd tussen het zelf-beschikkende mensbeeld – dat bijvoorbeeld vindt dat je zelf kunt kiezen of je man of vrouw bent – en het traditionele mensbeeld, dat zich kenmerkt door ootmoed en ontzag voor Gods schepping en instellingen op het gebied van leven, huwelijk en gezin.
Precies deze strijd der geesten staat centraal in ons werkveld. Juist bij internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties (VN) en de Europese Unie (EU) worden vaak wereldwijd geldende normen vastgesteld over zogenaamde mensenrechten en vrijheden. Dit werkt dan door naar de lidstaten.
Door onze raadgevende status bij de VN en EU hebben we de bevoegdheid om te lobbyen voor leven, gezin en vrijheid en in vergaderingen in te spreken met een christelijk geluid. We kunnen delegaties en hoofdsteden van vooral ontwikkelingslanden alert maken op wat er op hen afkomt en hen helpen zich te verdedigen."
Hoe kwam de CCI met de organisatie uit het Caribisch gebied in contact?
„In 2020 wilde de EU een 20-jarig bindend handelsverdrag vernieuwen met de 79 lidstaten tellende Organisatie van Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen, de OACP.
De EU was er op vergaande wijze in geslaagd om zijn seksuele rechten agenda in de tekst te krijgen. CCI was aanwezig tijdens verschillende gezamenlijke EU-ACP parlementaire vergaderingen om ACP-vertegenwoordigers te wijzen op zorgelijke clausules in het Verdrag.
Daarbij ontmoetten we ook parlementariërs uit het Caribisch gebied. Om te voorkomen dat regeringen van ACP-lidstaten zouden ondertekenen zonder goed op de hoogte te zijn, heeft CCI verschillende lidstaten bezocht. Ook in het Caribisch gebied.
Na drie jaar getouwtrek is het EU-ACP verdrag toch door de meeste lidstaten getekend. Via de gelegde contacten in het Caribisch gebied kwamen we met deze regionaal opererende christelijke organisatie in contact."
De organisatie wordt in de berichten niet met name genoemd. Wat is daarvan de achtergrond?
„De organisatie maakt zich zorgen over dezelfde zaken als CCI. Ze fungeert als een soort koepel voor christelijke organisaties in de Caribische regio en wil zich concentreren op hun doelstellingen en zich niet in de publieke schijnwerper plaatsen."
Op welke manier wil deze partner het doel daar verwezenlijken?
„De regio heeft een sterk christelijk karakter, maar wordt geconfronteerd met toenemende ideologische druk van buitenaf, waardoor gecoördineerde belangenbehartiging voor het leven en het gezin van essentieel belang is.
CCI dient als een informatiebron voor het Caribisch netwerk, zodat zij leiders in die landen kunnen informeren over antichristelijk beleid."
En hoe denkt dat CCI hen daarbij concreet te kunnen ondersteunen?
„Het Caribisch gebied, dat bestaat uit kleine eilandstaten en gebieden, beschikt over gelijke stemrechten bij de Verenigde Naties, waardoor het collectieve invloed kan uitoefenen op mondiale beslissingen.
Maar ze zijn zo klein dat ze nauwelijks op kunnen tegen rijke westerse landen en dik gesubsidieerde links-liberale internationale organisaties. Om juist ook christenen uit deze landen een stem te geven, laat CCI hen gebruik maken van de ingangen die zij heeft bij internationale instellingen."
Er zou sprake zijn van toenemende internationale druk om beleid te voeren dat vaak in strijd is met de christelijke overtuigingen. Waar komt die druk vandaan en op welke concrete manier krijgt die druk gestalte?
„In de inleiding zijn al wat voorbeelden genoemd. Een ander voorbeeld zijn de zogenaamde Universele Periodieke (Evaluatie) Rapporten (UPR’s). Dat is een speciaal mechanisme van de VN Mensenrechtenraad.
Om de viereneenhalf jaar wordt de mensenrechtensituatie in elk van de 193 VN-lidstaten grondig beoordeeld en besproken. Landen beoordelen dan elkaars mensenrechtenbeleid en doen aanbevelingen.
Het is opvallend hoe kleine christelijke landen onder zware druk worden gezet door westerse staten om wetten te versoepelen die gebaseerd zijn op hun religieuze waarden, nationale overtuigingen en democratische processen.
Tegelijkertijd is het zeer zorgwekkend dat westerse landen de biologische realiteit niet erkennen en de fundamenten van Gods schepping verloochenen.
Als VN-geaccrediteerde organisatie dient CCI ook rapporten in. Daarin verdedigen wij vaak christelijke waarden zoals moederschap en recht op leven, vrijheid van onderwijs en ouderrechten en bescherming van het gezin.
Voor landen uit het Caribisch gebied hebben we dat tot nu toe gedaan voor Haïti, Antigua en Barbuda, Saint Vincent en de Grenadines, Trinidad and Tobago, Suriname en Saint-Lucia, waarvan voor de laatste twee met een christelijke organisatie uit die landen."
Kun je een voorbeeld noemen uit de praktijk waarbij de CCI haar doelen wel heeft kunnen realiseren?
„Een UPR rapport wordt afgesloten met een gezamenlijk eindrapport waarin alle aanbevelingen zijn opgenomen, ook die van CCI. Een land kan die aanbevelingen dan of accepteren of noteren.
Uit ons onderzoek blijkt dat wij vaak een van de weinigen, zo niet de enige zijn met positief-christelijke aanbevelingen. Kleine landen zoals in de Cariben voelen zich daardoor gesteund en durven met meer moed in te stemmen met aanbevelingen van CCI en onchristelijke aanbevelingen te verwerpen.
Tijdens deze sessies is er voor maximaal tien NGO’s per onderzoeksland de mogelijkheid tot een twee minuten durende speech.
Voor zowel Saint Lucia als voor Saint Kitts en Nevis hebben we afgelopen juli in Geneve een tijdslot kunnen boeken en een bezorgde vertegenwoordiger kunnen vinden die de christelijke belangen van hun land kon verdedigen. Met onze samenwerking in het Caribisch gebied hopen we dat vaker te kunnen doen."
Is Nederland zelf ook niet een ‘zendingsgebied’ in dit opzicht?
„Nederland loopt voorop bij internationale instellingen waar het gaat om verspreiding en legalisering van seksuele rechten. Ons werkgebied ligt op dat internationale terrein.
Niet zelden wordt er met afschuw of blijdschap opgekeken van het feit dat er vanuit een organisatie uit Nederland op dit niveau ook nog een christelijk geluid ten gehore wordt gebracht."
Hoe komen jullie aan de financiële middelen om de doelen te verwezenlijken?
„Vanuit particuliere giften. Het is best een uitdaging om duidelijk te maken wat de toegevoegde waarde is van ons werk.
De VN in Geneve en New York en de EU in Brussel kunnen vaak op een ver-van-ons-bed-show lijken. Maar juist daar worden wereldwijd normen gesteld die gaan gelden voor elk land en achter elke voordeur.
In veel landen mogen mensen nog steeds zelf bepalen hoe ze denken over man en vrouw, het recht op leven, de vrijheid van onderwijs, godsdienst en meningsuiting. Het behoud van die vrijheid staat op het spel."

















