Op weg naar huis dacht ik: alleen een wonder zal deze mensen in Gods huis brengen. En dat wonder gebeurde

Het gezin was in de vorige woonplaats kerkelijk geweest, maar hier hadden zij ze op zondag nog niet gezien. Wijlen ds. G.S.A. de Knegt (hervormd, 1938-2016) werd door zijn kerkenraad op pad gestuurd. Hij kwam gedesillusioneerd terug. Maar jaren later bleek er een wonder te zijn gebeurd.
In het begin van mijn ambtelijke bediening moest ik nog veel leren. Gelukkig waren de ouderlingen en de diakenen wijze broeders. Op een innemende manier leerden zij mij om te gaan met mensen.
Op een dag vertelde een ouderling mij dat er een gezin in het dorp was komen wonen. Hij wist hiervan, omdat deze familie in zijn vroegere woonplaats woonde.
Hij vroeg of ik er eens heen wilde gaan. Hij kende dat gezin, maar hij had ze nog niet in de kerk gezien. Ik beloofde hem te gaan.
Langs een omweg
Op een avond belde ik aan. Een dame deed open. Na mij voorgesteld te hebben vroeg zij vriendelijk om binnen te komen. De kinderen - zo vertelde zij - lagen al op bed. Maar zij en haar man konden mij ontvangen.
Aanvankelijk ging het gesprek hierover of het wonen hun in de nieuwe plaats beviel, waar de kinderen op school zaten en wat voor werk de man deed.
Na een poosje kwam ik toe aan de vraag of zij in hun vorige gemeente naar de kerk gingen. Ik wist dat ze dit deden, maar soms moet een dominee langs een omweg zijn doel bereiken.
Toen beiden daarop een bevestigend antwoord gaven, vroeg ik waarom zij dan nu op zondag niet in de kerk kwamen.
Het antwoord was onthutsend. Zij hadden er geen zin meer in!
Sociale controle
In hun vorige gemeente moesten zij twee keer op zondag naar de kerk. De gemeenschap was zo klein dat erop gelet werd of zij wel in de kerk kwamen.
In de gemeente waar ze nu woonden, viel alle sociale controle weg. Zij kenden niemand en niemand kende hen.
De man voegde eraan toe dat als zij in de vorige gemeente niet naar kerk gingen, zijn moeder op maandagochtend voor de deur stond om naar de reden van hun afwezigheid te informeren.
Botte onwil
Hoe ik ook aandrong om de draad van de kerkgang weer op te nemen, het hielp niets. Ik stuitte op botte onwil. Het enige wat ik aan het einde van de avond mocht doen, was een stukje uit de Bijbel lezen en een gebed doen.
Op weg naar huis dacht ik: Alleen een wonder van Boven zal deze mensen in Gods huis brengen. En dat wonder gebeurde. Maar op een andere manier dan ik had kunnen vermoeden.
Ernstig ziek
Op een dag belde een vriend van het echtpaar met de vraag of ik eens naar hen toe wilde gaan. Er waren grote zorgen in het gezin. Eén van de kinderen had hersenvliesontsteking. Gevreesd werd dat het weldra zou overlijden.
Toen ik bij het gezin kwam, trof ik een aangeslagen vader en een verdrietige moeder aan. Zij vroegen mij of ik voor het kind en voor hen wilde bidden.
Dat heb ik gedaan. Ik weet nog goed hoe moeilijk dit was. Ik was nog zo jong en moest nog zo veel leren.
In het ziektebeeld kwam na enige dagen een kentering. Langzaam maar zeker begon het kind te herstellen. De artsen, maar niet minder de ouders, stonden perplex. Dat had niemand verwacht . Boven bidden en denken was er een wonder gebeurd.
De genezing van het kind had een vervolg. Beide ouders keerden terug naar Gods huis. Van toen af zag ik ze iedere zondag met hun twee kinderen in de kerk.
Missen, zoeken, vinden
Maar het grootste wonder komt nog! Ik werd door de vrouw gebeld. Zij vroeg mij of ik mij nog herinnerde wat er vele jaren geleden in haar gezin gebeurd was. Ik wist het me nog levendig te herinneren.
Ze vertelde dat de Heere die ziekte van haar kind niet alleen had willen gebruiken om haar weer terug te brengen naar het huis Gods, maar dat Hij ook met haar was doorgetrokken. Hij had haar van dood levend gemaakt.
Het was gegaan langs een weg van missen, zoeken en vinden. Kortom, zij had als een ellendige zondares leren rusten op het borgtochtelijke werk van Christus.
Zij kon niet anders zeggen dan: ‘Heilig zijn, o God, Uw wegen. Niemand spreek’ Uw hoogheid tegen.’
Het klinkt misschien vreemd, maar wij hebben dat psalmvers via de telefoon met elkaar gezongen. Op de achtergrond hoorde ik haar man meezingen.
Bundeltje der levenden
God is een God van wonderen. Hij doet wonder op wonder. Soms denkt een mens: Er komt niets van Gods werk terecht. Maar Zijn werk gaat door. I
k hoor Jesaja zeggen: ‘Het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.’
Het bundeltje der levenden wordt vol. Alle uitverkorenen zullen straks volmaakt zingen: ‘Het is door U, door U alleen, om ‘t eeuwig welbehagen.’





















