Diederik van Dijk tegen Pro: „We zullen een zorgverlener niet dwingen tot abortus? Het zou ook niet gekker moeten worden”

Hoe moet een zorgverlener handelen als bij een late abortus een levensvatbare baby levend ter wereld komt? Met die vraag zette Diederik van Dijk (SGP) Pro-Kamerlid Vliegenthart gisteren tijdens een Kamerdebat onder druk. Maar volgens Vliegenthart zijn zorgmedewerkers juist blij dat de mogelijkheid van late abortussen er nu is.
Diederik van Dijk (SGP) legde in een Tweede Kamerdebat opnieuw het vuur aan de schenen van Pro-Kamerlid Vliegenthart, die onlangs een initiatiefwet aankondigde om abortus uit het Wetboek van Strafrect te halen, over late abortussen.
Moreel dilemma
Van Dijk wees het Pro-lid erop dat er „veel commotie” was in ziekenhuizen over de verruiming van de abortusprakijk.
Hij sprak haar aan als oud-zorgverlener „met een groot hart.”
Hij wilde van haar weten een zorgmedewerker moet doen als ze ermee geconfronteerd worden dat bij een late abortus een levensvatbaar kindje ter wereld komt.
Van Dijk wilde van Vliegenthart weten hoe zij het „enorme morele dilemma” ziet waarmee zorgmedewerkers „opgezadeld” worden. Hij wees erop dat ziekenhuizen hiervoor ethische commissies hebben ingesteld voor deze gevallen. Van Dijk stelde dat dit laat zien dat er wel degelijk iets veranderd is.
Hij pleitte ervoor een pas op de plaats te maken. „Is het niet logisch om ons eerst te bezinnen en ons af te vragen: wat doen we de zorgmedewerkers aan?”
'Heel fijne systemen'
Vliegenthart ging er niet in mee. „We hebben gelukkig in de zorg heel fijne systemen waarin we heel goed als zorgverleners voor elkaar zorgen,” bagatelliseerde ze de instelling van de nieuwe ethische commissies.
Vliegenthart ontkende dat er sprake is van verruiming. Ze stelde dat er een gat was in „de toegang tot zorg” en dat het faciliteren van late abortussen de ziekenhuiszorg „verbeteren.”
Volgens haar zijn er ook zorgmedewerkers die juist blij zijn met het aanbieden van late abortussen. „Ze liepen er in de praktijk tegenaan dat kwetsbare vrouwen in kwetsbare situaties geen zorg konden krijgen.”
Van Dijk legde de vraag ook voor aan André Poortman van het CDA. Die wilde er niet op ingaan en zei de vraag liever behandelen in een commissiedebat.
Gewetensvrijheid
Ze verklaarde dat haar partij abortus als zorg ziet en dat het daarom in de zorgwet thuishoort. Maar, nuanceerde ze: „Als er zorgmedewerkers zijn die zich om gewetensbezwaren er niet senang bij voelen om die abortussen uit te voeren, dan zullen we dat respecteren. Een zorgverlener wordt nooit verplicht.
Wel is er zorgplicht. Dus dan is een zorgverlener verplicht om te verwijzen naar de juiste zorg, zodat geen enkele vrouw tussen wal en schip valt. Maar wij zullen nooit de zorgverlener dwingen.”
Daarop viel Van Dijk uit: „We zullen zorgmedewerkers niet verplichten een kindje te doden? Dat begrijp ik volkomen. Het zou ook niet gekker moeten worden.”
Erg geruststellend is de opmerking van Vliegenthart over gewetensvrijheid overigens niet. Een soortgelijke redenering werd ooit gebruikt rond de weigerambtenaren.

















