Pleegmoeder Anneke Hage: „Je begint met een hart vol liefde voor kwetsbare kinderen. Maar dan ontdek je ook een andere kant”

Al meer dan twintig jaar is Anneke Hage pleegmoeder. Samen met haar man Adri richtte ze een gezinshuis op. Komende zaterdag, 25 september D.V. spreekt ze op de landelijke bijeenkomst voor pleegouders van het Platform Jeugdhulpverlening over ‘Volharden als pleegouder’. Ze vertelt over de soms weerbarstige praktijk en de betekenis van pleegouder zijn. „Het feit dat ze horen dat wij voor hen bidden, zet al iets in gang.”
Anneke Hage woont in het Veluwse Putten en heeft samen met haar man Adri gezinshuis ´De Hagedis´. Daarnaast heeft ze een eigen praktijk, Fitalina, coaching naar een gezonde leefstijl.
In haar vrije tijd is zij actief voor Je mag er zijn, waar pleegouders allerlei spullen uit kunnen zoeken voor hun gezin.
Je bent samen met je man pleegouder geworden. Hoe kwam dat op jullie pad?
„Ons gezin liep goed. We genoten enorm van onze kinderen en alles wat dat met zich meebracht. Het verlangen groeide om kinderen voor wie dit niet vanzelfsprekend is in ons huis op te nemen.
We meldden ons na het bijwonen van een informatieavond over pleegzorg, aan voor de pleegoudercursus. Vlak voor die cursus startte, bleek ik zwanger te zijn van onze vierde. We waren dolblij, maar dat hield ook in dat we niet konden starten met pleegzorg tot onze jongste één jaar zou zijn.
Toen ze bijna zo oud was, werd ons verlangen weer aangewakkerd. We hebben ervoor gebeden: ‘Heere, als het Uw wil is, stuurt u dan kinderen waar wij voor mogen zorgen?
Een paar dagen later stond er iemand op de stoep, die zei: ‘We zoeken dringend opvang voor een aantal maanden voor onze kinderen, hebben jullie misschien plek?’
Ons gebed werd snel beantwoord. We hebben het al die jaren ervaren dat we het nooit alleen hoefden te doen. Als Hij Zijn zegen eraan verbindt is het goed.”
Hoe geven jullie dat pleegouderschap gestalte?
„Op dit moment wonen er drie kinderen volledig bij ons en één jongen logeert hier in de weekenden. Het zijn vier tieners van zestien, zeventien, achttien en negentien jaar.
Wij hebben zelf vier kinderen waarvan de jongste nog thuis woont. Onze kinderen waren van het begin af betrokken. Dat was een verplicht onderdeel van de pleegoudercursus.
Als het nodig was, sprongen ze extra bij. Zo zijn onze oudste zonen – destijds zestien en negentien jaar – weleens naar een ouderbijeenkomst op school geweest, toen wij verhinderd waren. ‘Nee, wij zijn niet de ouders, maar we zijn wel ouder dan haar’, zeiden ze. Ze mochten de ochtend bijwonen.
Als Adri of ikzelf er een keer niet waren met avondeten, zaten de grotere kinderen naast de kinderen die de meeste zorg nodig hadden. Zo probeerden we de maaltijd ontspannen te laten verlopen.
Onze kinderen hebben er veel van geleerd maar het is niet altijd gemakkelijk geweest. De gebruikelijk harmonie waarin we leefden, werd nog weleens verstoord.
We hebben ook veel plezier gehad met elkaar, een gezonde dosis humor op z’n tijd doet wonderen. Onze jongste dochter weet niet beter dan dat er pleegkinderen bij ons wonen.”
Ervaren jullie in dit werk Gods leiding?
„We ervaren dat we niets kunnen doen zonder Zijn zegen. Toen we het gezinshuis startten, kregen we veel aanmeldingen. We hadden geen website, maakten nooit reclame, maar alleen al het feit dat we gestart waren, zorgde ervoor dat we een bombardement aan aanvragen kregen.
Wie moet je dan uitkiezen? De nood is overal even hoog. We baden: ‘Heere, wilt U ons laten zien, wie er bij ons mag komen wonen?’ En altijd viel de een na de ander af en werd het duidelijk wie er overbleef. Alle stoplichten stonden op groen en dit kind was welkom bij ons.
Het is mooi om dat aan het kind te kunnen vertellen: ‘Jij vindt het niet altijd fijn dat je niet thuis kunt wonen en hier nu moet zijn. Maar God heeft jou Zelf hier geplaatst, Hij wilde dat jij bij ons in het gezin kwam wonen’.
Wat wij niet voorzien hadden, is dat het leven met een geopende Bijbel ook invloed heeft op het biologische systeem van de pleegkinderen. Het feit dat ze horen dat wij voor hen bidden, zet al iets in gang.
We krijgen regelmatig te horen dat de Bijbel ook in hún gezin weer opengegaan is. Heel mooi om te zien welke veranderingen dat in gang brengt. We hoorden dat ook van stagiaires en medewerkers terug: ‘God is weer terug in mijn leven gekomen'.
En dan bedenk je hoe je zelf in alle gebrek vormgeeft aan het leven als christen.”
Komen we anno 2026 diepere problematiek tegen dan vijfentwintig jaar geleden?
„Dat durf ik niet zo te stellen. Wel zie je dat kinderen steeds jonger uit huis worden geplaatst. Toen wij begonnen, kwam het nauwelijks voor dat er plek voor baby’s werd gezocht. Dat gebeurt nu heel vaak.”
Pleegouder zijn van kinderen is vaak iets tijdelijks. Is het niet lastig als de kinderen – en pleegouders – zich weer moeten onthechten?
„Dat ligt eraan wat je met tijdelijk bedoelt. De langste plaatsing bij ons is zeventien jaar. En dat kan nog jaren doorgaan.
Als een plaatsing kort is, ben je daar meestal van tevoren van op de hoogte. En dan is het ook goed. Tussen twee plaatsingen kun je een rustperiode nemen.
Het kan weleens pijnlijk zijn als een kind plotseling weg moet. Soms krijg je de reden niet te horen. Je voelt je als gezin verbonden met het kind en dan kan een doorplaatsing verdrietig zijn. Zeker als je daarna hoort dat situatie van het kind alleen maar verslechterd is. Je kunt niets meer voor het kind doen.
Gelukkig blijft er het gebed over: we mogen alle kinderen in Gods handen leggen. Dat is de enige plek waar ze werkelijk geborgen zijn.”
Je bent al twintig jaar pleegouder. Wat adviseer je mensen die er nog aan moeten beginnen?
„Volg altijd eerst de pleegoudercursus voor je begint. Je moet een stabiel gezin hebben en er moeten geen grote zogenaamde 'live-events' plaatsvinden de eerste periode van pleegzorg.
Het is ook belangrijk dat je in staat om samen te werken met allerlei partijen: de biologische ouders, de voogd, de pleegzorgwerker, de hulpverleners van het gezin, therapeuten van het kind enzovoort. Ze hebben soms tegengestelde belangen en dat kan het ingewikkeld maken.
Zorg dat je als partners goed op elkaar afgestemd blijft. Zorg ook dat er draagvlak blijft onder je kinderen en geef ze de ruimte om óók het negatieve te kunnen benoemen. En, last but not least: zorg goed voor jezelf. Anders kun je het op de langere termijn niet volhouden.”
De bijeenkomst van Platform Jeugdhulpverlening heeft als thema 'Volharden als pleegouder?' Blijkbaar is dat niet vanzelfsprekend?
„Pleegouder zijn is topsport. Zeker als het gaat over de langere termijn. Als pleegouder en gezinshuisouder loop je het risico op te branden. Het is verleidelijk om je grenzen steeds te verleggen.
Je begint met een hart dat overloopt van liefde voor kwetsbare kinderen. Je maakt ruimte in je huis en je gaat er voor. Maar dan blijkt dat er ook een andere kant is.
Je krijgt kinderen die niet altijd veilig gehecht zijn en soms ingewikkeld gedrag vertonen. Hulpverleners die komen en gaan en soms sneller wisselen dan het weer. De biologische ouders zijn soms niet blij dat hun kind niet meer bij hen thuis woont. Het is lastig om te zien dat het met het kind in een ander gezin wél goed gaat. Dat geeft verdriet en kan boosheid veroorzaken.”
Hoe kun je daarmee om leren gaan?
„Je moet er echt je weg in leren vinden. Mijn advies is: bespreek zulke zaken met ervaren pleegouders. Zoek iemand in je omgeving op met wie je kunt sparren. Of organiseer zelf een koffieochtend met andere pleegouders.
Vaak lopen er bij jou organisatie ook initiatieven om elkaar te ontmoeten, maak daar gebruik van. Dat zal eraan bijdragen dat je het pleegouderschap vol kunt houden.
Je moet ook goed voor jezelf zorgen. Je moet een breakdown voorkomen. Want dat is echt het allerlaatste wat je wilt: het pleegkind moet weg uit jouw gezin omdat jij zelf opgebrand bent.
Er zijn signalen dat je dat je niet voldoende voor jezelf zorgt: je opgejaagd voelen, te weinig energie hebben, ervaren dat de relatie onder druk staat, overgewicht of juist ondergewicht en schuldgevoel naar je kinderen hebben.”
Wat moet je dan doen?
„Ik maak mensen er graag bewust van hoe je kunt zorgen dat je het volhoudt: dagelijks bewegen, gezond eten, voldoende slapen, stoppen met roken, alcohol beperken.
En af en toe even afstand kunnen nemen, door tijd voor ontspanning te nemen. Zodat je met voldoende energie, een gezond lichaam en een helder hoofd het pleegouderschap nog jaren vol kunt houden.”

















