Christenvervolging op Nederlandse bodem. ‘Als ze me martelen, zullen ze mijn leden zo ver uitrekken dat ik niet meer kan schrijven’

Verdieping 15 oktober 2026 5 minuten Redactie
Juan de Vargas
Juan de Vargas

In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog zijn er in Nederland heel wat martelaren geweest. Hoe heftig die christenvervolging was, blijkt wel uit de brief van Gerard Koopman, geplaatst in het oktobernummer van In het spoor. Deze Brusselse man onderschreef openlijk de gereformeerde belijdenis en moest dat op de pijnbank bekopen. Maar, schreef hij vlak voor zijn dood aan zijn vrouw: „Alle martelingen schijnen mij rozen en vreugde te zijn.”

Gerard Koopman uit Brussel schreef voordat hij in 1569 werd omgebracht om de belijdenis van de waarheid een lezenswaardige afscheidsbrief aan zijn vrouw.

In augustus 1567 was Alva met een groot leger naar de Nederlanden gekomen en had hij de zogeheten Bloedraad aangesteld. De twee meest invloedrijke en gevreesde juristen van die raad waren Juan de Vargas en Louis del Río. Ze stonden bekend om hun bloeddorstigheid.

Deze mannen hebben ook Gerard Koopman verhoord. Hij was in Brussel in dienst geweest van Floris I van Pallandt, één van de voormannen van het Smeekschrift der Edelen. Van Pallandt was voor de komst van Alva naar Duitsland gevlucht. Koopman kennelijk niet.

Brief aan zijn vrouw
Koopman werd opgepakt vanwege het openlijk belijden van de gereformeerde leer. Vóórdat hij omgebracht werd, zag hij nog kans om vanuit zijn gevangenis een afscheidsbrief aan zijn vrouw te schrijven. 

Hij schreef het volgende:

‘Mijn lieve en beminde vrouw. Ik ben gisterenavond voor de Schriftgeleerden en farizeeën geweest. Ik ben onderzocht geworden door twee Spanjaarden. De ene genaamd Vargas en de andere Del Rio. Grote vijanden van de leer van het Evangelie. 

Zij hebben mij van zes uur in de avond tot negen uur ondervraagd. Zij gingen op een zeer wrede wijze met mij om. Zij dreigden mij te martelen, telkens weer.

‘De troost en de genade Gods hebben mij zeer ondersteund, zodat ik al hun dreigementen voor niet heb geacht’

Ze zijn me zeer lastiggevallen vanwege mijn heer, de graaf van Culemborg. Zij dreven met hem de spot en zeiden dat ik de duivel gediend had, toen ik deze heer diende. Zij waren zeer verbeten op hem. 

Gij moet hem hiervoor waarschuwen, opdat hij op zijn hoede zij, want ik weet niet of ik de gelegenheid nog zal hebben om hem te schrijven.

Knecht niet meerder dan zijn meester
Wat mijn geloof aangaat, zij hebben mij om reden dat ik mijn geloof vrijmoedig beleed, ronduit gezegd dat ik nooit uit hun handen zal vrijkomen. Al ware ik tienmaal een Duitser. Ja, al ware ik een Turk.

Ik bid u dan dat u daarover niet al te zeer ontsteld zult zijn. Want zo hebben hun vaderen gedaan aan onze Heere Jezus Christus, en de knecht is niet meerder dan zijn meester (Johannes 13:16).

De troost en de genade Gods hebben mij zeer ondersteund, zodat ik al hun dreigementen voor niet heb geacht.

Ik weet dat de duivel en al zijn handlangers mij niets anders kunnen ontnemen dan dit tegenwoordige leven, en niet de ziel. Ook hebben zij nog geen macht over onze lichamen zonder de toelating van God.

Als het gebeurt dat zij mij dit tijdelijke leven ontnemen, dan zal dit zijn tot hun grote en eeuwige schande en tot zaligheid van mijn ziel. Dit is een zaak die zeker is.

‘In de Kortrijkse poort bevinden zich kelders waarin ze de mensen met nieuwe martelmethoden tot de dood toe pijnigen. Maar men kon de sleutels nergens vinden’

Ik wil dat gij dit overdenkt, zo dikwijls als de droefheid over mijn gevangenschap u bespringt. Het is veel beter door de handen van mensen te vallen dan door de handen van God.

De sleutels waren kwijt
Toen zij mij voldoende ondervraagd hadden, heeft Vargas aan de gerechtsdienaar die mij bij hem gebracht had, bevolen dat hij mij zou brengen naar de Kortrijkse poort. Daar bevinden zich hun meest vreselijkste kerkers, en kelders waarin ze de mensen met nieuwe martelmethoden tot de dood toe pijnigen.

Toen wij daar aankwamen, kon men hem nergens vinden die de sleutels van de kerker heeft, zodat men gedwongen was om mij weer naar mijn gewone gevangenis terug te brengen, waar ik een goede kamer heb zoals in mijn eigen huis, en goed gezelschap.

Ook heb ik daar de middelen om brieven te schrijven en te verzenden zo dikwijls als het mij belieft.

Leden uiteen trekken
Zie daar hoe wonderbaarlijk God mij vertroost. En al was het dat men mij vanavond naar de andere kerker zou brengen, zo blijft het altijd een grote genade van God dat ik het de afgelopen nacht goed gehad heb. En dat ik de mogelijkheid had om u deze brief te zenden.

In die andere kerker zal ik de gelegenheid niet hebben om hetzelfde te doen, tenzij het God belieft mij een bijzonder en wonderlijk middel daartoe te schenken. 

Bovendien, wanneer zij mij beginnen te martelen – waarvoor God mij beware – zo zullen ze mij zo wreed behandelen en de leden zo ver uiteen trekken dat ik niet meer zal kunnen schrijven, zoals zij aan meer andere eerzame mannen gedaan hebben.

Rozen en vreugde
Ik bid u, geliefde vrouw, aangezien u de enige in de wereld bent aan wie ik al mijn benauwde verdrukkingen meedeel, dat gij er niet door ontsteld en verdrietig van wordt.

‘Alle martelingen schijnen mij rozen en vreugde te zijn’

Dankt God onze hemelse Vader daarover dat Hij mij waardig acht dit alles te lijden om de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus. Die getrouw is en ook almachtig om te beletten dat mij niet meer opgelegd wordt dan ik zou kunnen verdragen. 

Alle martelingen schijnen mij rozen en vreugde te zijn. Ik bid u dat het ook zo met u mag zijn. Indien wij in deze wereld met Christus lijden, zo zullen wij ons ook met Hem hiernamaals in het paradijs verblijden. Het lijden dat wij in deze wereld te dragen hebben, is geenszins te vergelijken met de blijdschap die God voor Zijn uitverkorenen in de hemel bereid heeft.

Zij moeten vervolging lijden, zegt Paulus, die hiernamaals met Christus eeuwig willen leven (Romeinen 8:17).

En aangezien het billijk is dat Gods welbehagen aan mij geschiedt, zo is mijn zorg over u en de kinderen reeds weg, daar ik mij verzekerd houd van Gods barmhartigheid richting u dat Hij voor u en al mijn kinderen zorgen zal, totdat gij uit dit ellendige leven zult komen in een gelukzalige en eeuwige blijdschap.

Amen’.

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Kerk
Best Gelezen Opvoeding