Nigeriaanse christin Regina verloor haar man door moslim-geweld. „Soms ben ik boos, zelfs op God. Maar als ik bid, krijg ik weer vrede”

Met bajonetten op hun geweren stormen moslim-strijders het Nigeriaanse dorp in. De man van Regina – christin en moeder van tien kinderen – wordt gedwongen de islamitische geloofsbelijdenis af te leggen. Maar hij weigert. krijgt één keuze: zich bekeren tot de islam of sterven. Ruim tien jaar later vertelt ze over de dag waarop ze alles verloor. „Ze trokken hem naar buiten en schoten hem voor mijn ogen dood. Ik riep: ‘Waarom hebben jullie hem gedood?’ ‘Dit is het werk van Allah’, zeiden ze.”
Ze groeide op in het noordoosten van Nigeria. Samen met haar man had ze een boerderij. „Daarnaast werkte mijn man als docent op een middelbare school,” vertelt Regina. „We woonden in een groot, overwegend christelijk dorp. We leefden eenvoudig, maar het was er goed.”
Tot 2014. Dan verandert alles. De moslim-terroristen van Boko Haram vallen het dorp aan. „Ik was toen 38 en net opnieuw zwanger. De strijders van Boko Haram kwamen eerst 's avonds. We zagen ze toen aankomen. Veel mensen konden nog de bossen in vluchten.”
De volgende ochtend komen ze onverwacht. „Het was rond vijf uur. Ze kwamen terug met veel meer trucks en mannen. Omdat ze camouflagekleding droegen, dachten we in eerst dat het militairen waren die ons kwamen beschermen. Ze hadden alleen geen helmen. Ze droegen kalasjnikovs, sommigen met bajonetten erop.”
„Dan sterf ik liever”
Ze ziet negen mannen op haar huis afkomen. „Mijn man probeerde te vluchten, maar er was geen ontsnappen aan. Ze grepen mij en mijn man vast.
Ik vroeg wat ze kwamen doen. Ze zeiden dat ze het werk van Allah deden. Ze dwongen mijn man de islamitische geloofsbelijdenis uit te spreken, maar hij zei: ‘Dan sterf ik liever‘.
Ze zeiden dat ze hem zouden doden. En dat deden ze. Ze trokken hem naar buiten en schoten hem voor mijn ogen dood.
Ik wilde naar mijn man toe rennen, maar anderen hielden me tegen. Ik riep: ‘Waarom hebben jullie hem gedood?’
‘Dit is het werk van Allah’, zeiden ze. Als ik niet ophield met huilen zou ik ook gedood worden.”
De mannen wilden Regina meenemen naar hun kamp in het bos. „Eén van hen zei dat ze me daar naar een imam zouden brengen, om me te bekeren tot de islam. Ik begon opnieuw te huilen en zei ik dat ik geen moslim wilde worden. Uiteindelijk sloten ze me op in een kamer.”
Wat gebeurde er nadat ze je hadden opgesloten?
„Eerst roofden ze onze dieren. Daarna staken ze het huis en de opslagruimte in brand. Toen ze weggingen, kon ik de deur openbreken met een stok. Ik rende meteen de bossen in. Van daaruit zag ik hoe ons dorp in vlammen opging.
Ongeveer dertig mannen uit ons dorp werden die dag vermoord. We hadden niets meer. Alles was afgebrand.”
Kinderen ook gered
Ze reist naar een veilige stad, 260 kilometer verderop. „Ik was twee weken onderweg. Wilde dieren hadden ons kunnen doden en overal waren Boko Haram-strijders. Maar we bleven in leven. Het enige wat ik nog had, waren de kleren die ik droeg.”
Haar kinderen hebben de aanval ook overleefd. „Ze waren het bos ingevlucht. Later werden ze door militairen ook naar de stad gebracht waar ik was. Een bekende wist hen te identificeren”
Heb je nog afscheid kunnen nemen van je man?
„De dag van de aanval heb ik me schuilgehouden in het bos. 's Avonds zijn we teruggekeerd naar het dorp. Diezelfde avond hebben we een graf gegraven en mijn man en een paar andere mannen begraven. Ik ben daarna nooit meer terug geweest in ons dorp.
In de stad moesten we helemaal opnieuw beginnen. Uiteindelijk kregen we een plek toegewezen waar we – samen met andere vluchtelingen – een dorpje konden bouwen.
We leven nu van het land, maar het levert nauwelijks genoeg op om ons te voeden. Toch ben ik dankbaar dat we nog leven en dat mijn kinderen naar school kunnen. Eén heeft de middelbare school afgerond en wil naar de universiteit."
Hoe ga je om met alles wat je hebt meegemaakt?
„Ik heb snel last van een hoge bloeddruk en krijg vaak koorts. Als dat gebeurt, bid ik. Dat helpt. Ik denk vaak aan vroeger, toen mijn man nog leefde en we een goed leven hadden. Dan voel ik boosheid, soms zelfs richting God. Maar dan bid ik en voel ik weer vrede.
Als ik huil, zeggen mijn kinderen: 'Huil niet, mama, we zullen je helpen.' Dat geeft me kracht.
Toen we moesten vluchten, dacht ik dat het einde van de wereld gekomen was. Maar we leven nog. Zonder God waren we niet ontsnapt. Met Zijn hulp zullen we hier verder leven.”
Boko Haram is een extremistische islamistische groepering die vooral actief is in Nigeria. De beweging streeft naar de oprichting van een islamitische staat en pleegt al jaren aanslagen op burgers, kerken en dorpen. In 2014 veroverde Boko Haram grote delen van het noordoosten van Nigeria. Duizenden mensen werden gedood en miljoenen sloegen op de vlucht. Hoewel de organisatie inmiddels is teruggedrongen tot in de bossen van Nigeria, voert zij nog altijd aanslagen uit en worden regelmatig mensen ontvoerd.





















