VGS-bestuurder: „Voor het Nieuwsuur-interview wilde ik het liefst in de grond kruipen”

In een podcast over gemeenschapszin en leiderschap spraken Jan Willem de Leeuw en Kees de Groot van de VGS over polarisatie in Nederland en de gereformeerde gezindte en de rol van leidinggevenden daarin.
De cohesie tussen kerk, school en gezin lijkt minder vanzelfsprekend te worden. De gemeenschapszin binnen de gereformeerde gezindte staat onder druk, stelt Jan Willem de Leeuw, bestuurder van de VGS. Samen met Kees de Groot, belangenbehartiger bij dezelfde organisatie, sprak hij hierover in een podcast.
Jan Willem de Leeuw: „Bij gemeenschapszin gaat het om onderlinge verbinding. Eén van de risico’s wat betreft die verbinding is polarisatie. En dat zie je om je heen gebeuren. In Nederland, maar ook in ons eigen gezindte.”
Hoe komt dat?
De Groot: „Mensen verlieten in de achterliggende decennia massaal de kerk. Als gevolg van die secularisatie zie je dat de structuren – zoals bijvoorbeeld het gezin – vervagen, die God in de schepping heeft gelegd.
Sinds de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw zie je ook een enorme toename in individualisering, ik-gerichtheid. Dat gaat onze deur niet voorbij, we ademen dezelfde tijdgeest in. Sterker: we zijn van dezelfde lap gescheurd als al die andere mensen. Die ik-gerichtheid zit er bij ons van nature evenzeer in.”
Hoe wordt dat zichtbaar?
Jan Willem de Leeuw: „Tijdens de coronaperiode was ik bestuurder van een aantal scholen. Ik kreeg brieven van mensen die achter de corona-aanpak de duivel zagen. Toen merkte ik voor het eerst dat er een soort polarisatie plaatsvond in de zuil.
Dat is er in de laatste jaren niet beter op geworden. Dat zie je op allerlei gebied, waarover verschillend wordt gedacht. We vinden het soms moeilijk om die verschillen te managen.”
Komt het door een gebrek aan focus op de kernzaken zelf dat polarisatie ruimte krijgt?
De Leeuw: „Als je aan iemand vraagt waarom hij een bepaalde levensstijl heeft, dan zal hij dat zeker niet als iets marginaals bestempelen. Maar we zijn over het algemeen wel steeds geconcentreerder gaan leven, in groepen bij elkaar. We zijn elkaar meer sociologisch gaan bekijken. Pas je nog in het plaatje van ons?
Je ziet dat gezinnetjes er keurig netjes uit moeten zien. Dat wordt de norm. De norm van de buurvrouw en de buurvrouw aan de overkant. Dat wordt voor mensen dan heel belangrijk, maar het gaat niet over de kern van het Bijbelse belijden.
In internationale contacten merk ik dat in andere landen eerder op de kern van dat Bijbelse belijden wordt teruggegaan. Er zijn verschillen, maar in gesprekken ga je veel meer naar die kern toe dan je in Nederland zou doen. Dat verschil zie je.”
De Groot: „Ik denk niet dat gerichtheid op randkwesties de oorzaak is van het afnemen van gemeenschapszin. In zijn algemeenheid zie je dat als de vreze des Heeren wijkt, ook de gemeenschap der heiligen – het gericht zijn niet alleen op de Ander met een hoofdletter, maar ook op de ander met een kleine letter – afneemt. Al zou ik niet durven zeggen dat bij alle mensen om me heen de vreze des Heeren per se wijkt.”
Tegenbeweging
Maatschappijbreed is er door de polarisatie een toenemende behoefte aan gemeenschapszin, signaleert De Groot. „Je zag het bijvoorbeeld bij premier Jetten, toen hij campagne voerde in aanloop naar de verkiezingen. Hij nam het woord heel vaak in de mond. Het komt ook terug in het coalitieakkoord, bij de Onderwijsinspectie, in de laatste Staat van het Onderwijs en ook de Onderwijsraad spreekt erover. Overal popt dat woord op."
Wat is daarvan de oorzaak?
„Ik denk dat dat een resultaat is van het feit dat de wal het schip zo'n beetje gaat keren. We hebben verschillende decennia van ongebreideld individualisme achter de rug. De kwalijke effecten daarvan beginnen we nu te merken.
Het leidt tot allerlei nare situaties en welzijnsproblemen bij jongeren. Je kunt niet alleen maar je eigen geluk op je eentje nastreven. Je bent geschapen om gericht te zijn op de ander. Dat kun je niet straffeloos negeren."
Wat vinden jullie van deze beweging?
De Groot: „We juichen het toe. We willen die beweging graag voeden. Maar er zit geen Bijbelse grondslag onder en daar willen we als VGS graag aan helpen herinneren: ga je aan de gang met gemeenschapszin, doe het dan op de solide basis van Gods Woord. Alleen dat is duurzaam.”
Invloed is macht
Ook wat betreft de polarisatie in eigen kring is er werk aan de winkel. Het vraagt iets van een bestuurder om in dit krachtenveld te opereren, stelt De Leeuw: „Als bestuurder heb je de verantwoordelijkheid om de gemeenschap te verbinden en ernaar te streven dat de gemeenschap niet uit elkaar drijft.”
Hij benadrukt dat het belangrijk is dat mensen in leidinggevende posities, zoals bestuurders en kerkenraadsleden bereid moeten zijn om kritisch naar zichzelf te kijken.
Enerzijds is het heel mooi om een leidinggevende rol te hebben. „Je kunt als bestuurder dingen echt waarmaken. Het betekent dat je een organisatie of wat dan ook in beweging kunt brengen met datgene waarvan jij denkt dat het de beste richting is.”
Maar er is ook een keerzijde. „Je hebt macht. Want zodra je invloed hebt op levens van mensen, dan heb je macht. En mensen met meer gezag en macht — en ik hoef maar bij mezelf te beginnen — die vinden zichzelf, als je niet uitkijkt, toch een beetje meer en beter dan anderen. Voor je het weet sluipt dat erin.”
Zelfverloochening
Het vraagt tact en zelfverloochening van leidinggevenden. „Ik kan zeggen dat ik naar rechts wil, terwijl iedereen naar links wil. Dan heb ik een enorme klus. Je moet heel voorzichtig opereren en continu de ander tegenover je in de gaten houden.
Tegelijk moet je je afvragen: als ik de enige ben die iets op een bepaalde manier ziet, ben ik dan wel degene die het goed ziet? Of ben ik iemand die op de snelweg rijdt en zegt: Alle andere mensen zijn spookrijders? Dat vind ik persoonlijk echt lastig.
Soms moet je jezelf wat minder belangrijk maken. Even een stapje terug. Op andere momenten moet je juist naar voren stappen. Toen ik door Nieuwsuur geïnterviewd zou worden over de positie van homoseksuele leerlingen in het reformatorisch onderwijs, wilde ik het liefst in de grond kruipen. Maar op zo’n moment moet je er gewoon staan.”
Vreze des Heeren
Het belangrijkste is daarbij dat je het doel voor ogen houdt. Wat dat doel is? De Groot: „We moeten zo krachtig mogelijk samenwerken rondom de kinderen om ze juist in deze verwarrende tijd op te voeden in de vreze des Heeren.”

















