Hoe je denkt over het huwelijk is een zaak die wel degelijk de eeuwigheid raakt

Elke vrijdag een bijdrage van ds. P. de Vries. Deze keer: huwelijk en seksualiteit. Het Bijbelse getuigenis over huwelijk en seksualiteit staat onder grote druk in deze tijd. Niet alleen buiten de kerk, maar ook daarbinnen. ‘Ontzaglijk als ambtsdragers de indruk geven dat we er niet al te zwaar aan moeten tillen’. Maar als dit anders gelezen mag worden, ‘kan niemand garanderen dat God in het jongste gericht niet óók andere maatstaven zal hanteren dan Hij ons in Zijn Woord heeft geopenbaard’.
De klassieke visie op theologie en de gereformeerde hermeneutiek is: dat wat de Schrift zegt, is wat God Zelf zegt. De Bijbel is de stem van de levende God en daarin openbaart Hij Zijn wil en gedachten.
Alle vormen van nieuwe hermeneutiek – van meer gematigde tot heel radicale – zien dat anders. Zij zeggen dat de uitleg van toen de Bijbel geschreven werd, niet bepalend is voor de betekenis nu. De context van nu heeft een zelfstandige inbreng.
Men start niet bij de objectieve openbaring, maar bij de gelovende mens die zijn geloof verantwoordt. Maar wanneer dat het uitgangspunt is, kunnen we met wel tien verschillende visies komen, die allemaal een zeker recht hebben.
Op de vraag of wie Christus toebehoort, Gods geboden ook bewaart en liefheeft, is het antwoord niet meer ja of nee, maar: Ja, als je het Schriftgetuigenis bijvalt. En nee, als je dat niet doet.
Niet laten leiden door theologen met hun hermeutiek
Maar we moeten ons laten leiden door de Schrift zelf, en niet door theologen die hun hermeneutiek boven het Schriftgetuigenis plaatsen.
Laten we eraan vasthouden dat de Schrift het Woord van God is en God Zichzelf niet tegenspreekt. En al zouden wij er niet aan vasthouden, dan blijft het toch zo. En God Zelf zorgt er wel voor dat er anderen zijn die hiervoor gewonnen worden of daarbij blijven.
Wie de Bijbel leest, vindt daar heel duidelijk dat er buiten Christus geen behoud is. En ook dat er gedragingen zijn, die ons buiten Gods Koninkrijk houden als we er geen vergeving voor gezocht hebben in Christus’ bloed en zo geen kracht krijgen om met zondige gedragingen te breken en te strijden tegen de gevoelens die eronder liggen.
Een helder geluid
Dat geldt bijvoorbeeld voor het thema huwelijk en seksualiteit. Het Bijbelse getuigenis daarover staat in deze tijd onder zware druk. Iemand mag op seksueel gebied doen wat hij of zij zelf wil, als een ander er maar niet door wordt benadeeld.
Maar de Bijbel leert dat seksuele omgang buiten het huwelijk een mens buiten Gods Koninkrijk houdt. Daar is geen woord Frans bij.
Wie ruimte ziet voor een seksuele relatie buiten het huwelijk tussen één man en één vrouw – want inmiddels kan het woord ‘huwelijk’ gebruikt worden voor relaties die Bijbels gezien helemaal geen huwelijk zijn – heeft én de Schrift én de belijdenis tegen.
Beide wijzen ons erop dat dit een zaak is die de eeuwigheid raakt. Daarom wil ik een helder geluid laten horen. Ik heb niemand over voor de rampzaligheid.
Het jongste gericht
Ontzaglijk het als ambtsdragers de indruk geven dat we er niet al te zwaar aan moeten tillen en dat er echt situaties zijn waarin een seksuele relatie buiten het huwelijk toegestaan kan worden.
Maar als dat zo is, dan kan niemand garanderen dat God in het jongste gericht niet óók andere maatstaven zal hanteren dan Hij ons in Zijn Woord heeft geopenbaard.
Ik zou ambtsdragers die zulke dingen beweren aan niemand als gids voor het nieuwe Jeruzalem durven aanbevelen. Als men hier niet eerlijk de weg wijst, zal dat in andere gevallen ook niet zo zijn. De Bijbel spreekt dan van blinde leidslieden van blinden.
Anders gaan denken
Mij is meer dan eens gezegd: ‘Maar het is toch mogelijk dat u hier ook anders over gaat denken?’
Nu, ik weet wat intellectuele twijfels zijn. Maar ik weet ook dat de Bijbel haar boodschap als objectief waar presenteert. Telkens weer heeft de Heilige Geest mij ervan overtuigd dat dit echt zo is.
Ik versta de wereld om mij heen en mijzelf in het licht van dit getuigenis. Door genade mag ik weten een geredde zondaar te zijn, al zijn ook mij deze aanvechtingen niet vreemd.
Maar de waarheid van de Schrift staat of valt niet met mijn bijval.
Gezant van Christus
God riep mij tot gezant van Christus. Evenals dat voor andere dienaren van Christus geldt, is het mijn taak om het Koninkrijk der hemelen door de prediking van het heilige Evangelie te ontsluiten en toe te sluiten.
Daarom verkondig en betuig ik openlijk in kerkdiensten en daarbuiten aan alle gelovigen dat hun, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden door God vergeven zijn.
Niet minder verkondig en betuig ik aan alle ongelovigen, en aan hen die zich niet van harte bekeren, dat de toorn van God en de eeuwige verdoemenis op hen rusten zolang zij zich niet bekeren.
Ik weet ook heel zeker dat God naar dit getuigenis van het Evangelie zal oordelen, zowel in dit als in het toekomende leven.
Als ik zo het Evangelie niet zou willen en kunnen verkondigen, weet ik dat ik veel beter ander werk kan gaan zoeken.
Zonder vrees God ontmoeten
Juist omdat Gods Woord hoe dan ook waar is, is mijn bede dat mensen het zo gaan zien. En dat predikers de boodschap van het Woord vanuit die vaste overtuiging verkondigen.
Dan worden én de Wet én het Evangelie ernstig genomen en krijgen degenen die zich de vraag gaan stellen: ‘Wat is nodig om zalig te worden?’ antwoorden waarmee zij – als zij die van harte beamen – zonder vrees God kunnen ontmoeten.




















