Douane hanteert botte bijl bij handhaving importverbod van Israëlische producten en mist beoogde groepen

Nieuws 14 oktober 2026 2 minuten Redactie
Tahini

Sinds 22 september geldt in Nederland het handels- en invoerverbod voor producten van onrechtmatige Israëlische nederzettingen. Om te controleren of producten uit zo’n nederzetting komen, hanteert de douane de botte bijl en kijkt naar postcodes. Maar erg effectief is het niet: ze raken er ook Druzische en Arabische ondernemers bij. En het merendeel van de nederzettingen is in Israël zelf ook illegaal en hééft helemaal geen postcode.

Een EU-postcodelijst, oorspronkelijk gebruikt om vast te stellen of een producent wel of geen recht heeft op belastingvoordelen die in 2005 afgesproken zijn tussen Israël en de EU, wordt gebruikt om ook de scheiding tussen illegale en legale Israëlische producten te trekken.

Het besluit is om meerdere redenen opmerkelijk te noemen. Zo vragen critici zich af waarom deze maatregel speciaal voor Israël in het leven lijkt te zijn geroepen, terwijl andere landen, zoals Turkije of Iran, nooit met een dergelijke sanctie te maken heeft gehad.

Ook worden kanttekening geplaatst bij het feit dat Nederland zelfstandig de sanctie oplegt, en niet in EU-verband, zoals gebruikelijker is.

Los van de beperkte motivatie voor het besluit, blijkt ook dat het allesbehalve effectief is.

Officiële cijfers zijn er niet, maar schattingen lopen uiteen van enkele tientallen tot honderden ‘micro-ondernemingen’ die door de maatregel gedupeerd raken zonder dat ze het beoogde doelwit - namelijk illegale Israëlische kolonisten - vormen.

Samaritaanse Tahini
Op de berg Gerizim staat bijvoorbeeld een fabriek die Har Bracha Tahini, een soort sesampasta, maakt. Het bedrijf bestaat al tientallen jaren en is een familiebedrijf met Samaritaanse wortels.

Omdat de locatie binnen het postcodegebied van de naburige Israëlische nederzetting Har Brakha (4483500) ligt, is de import van deze tahini verboden.

Ook de postcode van Mas’adeh, een oud dorpje met een overwegend Syrisch-Druzische populatie, staat op de sanctielijst. Waarschijnlijk leveren veel lokale verbouwers daar hun fruit, olijven en andere producten aan grotere exporteurs.

Omdat de postcode van de producent geldend is voor het sanctiebesluit, worden dus ook deze producten aan de grens geweerd.

Postcodes uit de oude stad van Jeruzalem zijn ook te vinden op de lijst. Dat daar ook vele Palestijnse of Arabische ondernemers gevestigd zijn, maakt dus voor de douane geen verschil.

Outposts
Wat de situatie ingewikkelder maakt, is dat ongeveer van de ruim driehonderd nederzettingen ongeveer tweehonderd ook onder Israëlische wetgeving illegaal zijn. Deze zogeheten outposts hebben dus geen postcode. 

Hoewel dit soms niet meer is dan een paar tenten, zijn er ook outposts die zo groot als een dorpje zijn. Door de strikte handhaving van de postcodelijst, kunnen producten uit deze nederzettingen - die vaak op Palestijns privéland gevestigd zijn - dus ongestoord exporteren naar Nederland.

Symboolpolitiek?
De effectiviteit van het besluit werd al voor de invoering betwijfeld. In juni gaven de FIOD, het OM en de douane aan dat het „in de praktijk lastig is om de herkomst van goederen te controleren.”

Of de genoemde voorbeelden dus daadwerkelijk allemaal geraakt worden door het verbod is onzeker. Dat roept de vraag op of het besluit geen vorm van symboolpolitiek is.

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Kerk
Best Gelezen Opvoeding