„De scherpe denker had duizenden malen ‘god’ gezegd, maar toen God zijn verhaaltjes uitblies, zei hij voor het eerst: ‘GOD’”

Nieuws 13 oktober 2026 4 minuten Redactie
Ds. M.G.M. Mudde
Youtube

„Weten wij als dominees en hoorders nog wel wat Paulus voelde tot in zijn botten: ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof?’” Dat schreef ds. M.G.M. Mudde (Hervormd Oosterwolde) in Veluwse Kerkbode van 25 september 2026. Hij legde de vinger bij de ernst van de prediking versus het houden van ‘theologische verhaaltjes’: ingewikkeld, maar zonder ernst. „Zijn heilige mond blaast al deze verhaaltjes uit door één vraag te stellen: O mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt?’”

Twintig jaar geleden zei een broeder uit Nijkerk een beetje gefrustreerd tegen mij: ‘Theologen, dat zijn de grootste vijanden van Gods Kerk hier op aarde. Kijk maar naar de Schriftgeleerden, de Farizeeërs, de Judaïsten, de Nikolaïeten, de leer van Izebel, de leer van Bileam, de Pelagianen, de vrijzinnigen, enzovoort’.

Ik moet regelmatig denken aan deze uitspraak. Zeker nu dr. Arnold Huijgen weer een nieuw boek heeft laten verschijnen. Deze keer over het bestaan van de hel. Ik ga liever niet in op de inhoud van dat boek. Dr. P. de Vries heeft er een heldere analyse van gegeven.

Waar het me vooral om gaat is: weten wij als dominees en hoorders nog wel wat Paulus voelde tot in zijn botten: ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof?’

Josia zei niet: „O, dat is interessant!”
Als aan Josia het boek Deuteronomium wordt voorgelezen, schrikt hij. Waarom? Nou, niet omdat hij onder een theologische verhandeling zit, maar omdat hij in dat voorlezen Gods eigen stem hoort.

Niet Mozes spreekt tot hem, maar de Heere in al Zijn ernst. Dan zegt Josia niet: „O, dat is even interessant. Daar moeten we een keer een seminar over houden. Nodig een goede spreker uit voor een lezing, dan gaan wij theologen daar samen wat over babbelen.”

Petrus hield geen theologische verhandeling
Hoe preekte Petrus eigenlijk? Nou, precies zoals zijn Meester. Hij was druk doende om zondaren te bewegen tot het geloof. 

Petrus geeft in zijn Pinksterpreek eerlijk aan dat zijn hoorders de Christus hebben gekruisigd. En die mensen op het tempelplein raken helemaal in verwarring.

Niet omdat Petrus een ingewikkelde theologische verhandeling hield. Petrus was helder, puntig en ernstig in zijn verkondiging. En dat maakte middellijkerwijs dat de Heilige Geest Zijn werk kwijt kon: mensen overtuigen van hun zonden en leiden in de weg van bekering.

God vermoeien met verhaaltjes
Ik moest in dit verband denken aan een dagboekstukje van ds. J. Overduin, met als titel: God blaast het hele verhaaltje uit.

Wanneer wij kinderen een verhaaltje vertellen, dan eindigen wij wel eens met: en toen kwam er een grote olifant met een grote snuit, en die blies het verhaaltje uit. Het was maar een verzonnen verhaaltje. Het bestaat niet in de werkelijkheid. Het is niet echt gebeurd. Daarom wordt het uitgeblazen en weggeblazen.

De mens is onophoudelijk bezig God en zichzelf te vermoeien met verhaaltjes. Domme en geleerde verhaaltjes. Luchthartige en zwaarwichtige verhaaltjes.

In die verhaaltjes gaat het steeds over het thema: Ik kan niet begrijpen dat God zo is, zo doet, zo nalaat. Ik kan mij niet voorstellen dat God uitverkiest, verantwoordelijk stelt, geeft en beveelt.

Ik kan niet geloven dat er een hel of een hemel is. Ik ben het er niet mee eens dat een massamoordenaar op het laatste ogenblik de eeuwige zaligheid uit genade krijgt en dat een nette mevrouw die iedereen het zijne geeft, voor eeuwig verloren kan gaan. 

God onder de denkende knie krijgen
De verhaaltjes willen allemaal God onder de denkende knie van de mens brengen. Zij hebben immers zowel ethische als wetenschappelijke bezwaren tegen God.

God moet maar eens bewijzen dat Hij er is. Als God is zoals Hij in de Bijbel verkondigd wordt, dan is Hij alles bij elkaar wat mooi en vooral lelijk is. Hij is onrechtvaardig, liefdeloos, hard, slap, willekeurig en nog veel meer.

Wie weerstaat Zijn wil?
Ja, naar onze maatstaven blijft er van God niet veel over. Wat doet God hier nu tegen?

Hij doet één ding. Zijn heilige mond blaast al deze verhaaltjes uit door één vraag te stellen: O mens, wie bent u toch dat u God tegenspreekt? Wie weerstaat Zijn wil?

Een zeer scherp denker zei dat zijn bekering daarin bestond dat hij voor het eerst in aanbidding uitriep: „GOD!”

God verdedigt Zich niet, wanneer Hij de schijn tegen Zich heeft. God zegt alleen: Vergeet één ding nooit bij al uw verhaaltjes: Dat Ik God ben en dat u mens bent. Daar is alles mee gezegd.

Wie dit éne goed hoort: God is God en de mens is mens, bemerkt tot zijn verrassing dat al de menselijke verhaaltjes hiermee uitgeblazen zijn.

Kleine letters en grote letters
De knapste in elkaar gezette wijsgerige stelsels die God gevangen zetten achter de tralies van onze maatstaven, vallen als kaartenhuizen in elkaar.

Een zeer scherp denker, die boeiende wetenschappelijke verhaaltjes kon vertellen, zei dat zijn bekering daarin bestond dat hij voor het eerst in aanbidding uitriep: „GOD!”

Hij had duizenden malen ‘god’ gezegd, maar toen God al zijn verhaaltjes uitblies, zei hij voor het eerst: ‘GOD’. Dan schrijven we in het vervolg ‘ik’ met kleine letters en God alleen met grote letters.

Dat laatste wens ik mezelf én alle theologen van harte toe.

Dit artikel verscheen als gemeentebericht onder de gemeente Wezep in de Veluwse Kerkbode en is geselecteerd door de nieuwsbrief Vriend en Metgezel.

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Kerk
Best Gelezen Opvoeding