Een wonderlijke nacht voor Leen Potappel. ‘De Heere toonde dat er uitmergelende en uitterende oordelen op Nederland rusten’
Op een maandagochtend in december 1914, de Eerste Wereldoorlog was bijna een halfjaar aan de gang, zette ouderling Leen Potappel uit Stavenisse zich tot het schrijven van een brief aan zijn vriend Krijn van Gorsel. Hij beschreef hoe hij in de afgelopen nacht te zien kreeg hoe het oordeel rustte op Nederland. En ook wat daarvan de oorzaak was: ‘Ik zag ook hoe Gods Kerk vol huichelarij was. Hoe vaak wordt er met de lippen gevraagd om verzoening der zonden, terwijl het hart de gierigheid nawandelt’.
'Vannacht heb ik een wonderlijke nacht gehad voor mijn gemoed’, schrijft Potappel in de brief. ’Gisteravond lazen wij uit Van der Groe over deze woorden: ‘En de Verlosser zal uit Sion komen, om de goddeloosheden af te wenden van Jakob’.


















