Hoe een verloren zoon thuiskwam. ‘Het enige wat hij nog kon zeggen was: „Er is kracht in het bloed...”

Levensverhaal 16 september 2026 4 minuten Redactie
In het ziekenhuis

Hij was belangstellend tijdens catechisaties en studeerde later cum laude af. Maar de veelbelovende chemicus bleek een dubbelleven te leiden en zei de kerk vaarwel. Tot hij in het ziekenhuis belandde met AIDS. Een anonieme predikant vertelt hoe hij tot inkeer kwam. „Op een nacht werd ik gebeld of ik onmiddellijk naar het ziekenhuis wilde komen.”

Ik zie hem nog voor mij zitten. Iedere zondag zat hij bij zijn ouders. Hij luisterde goed naar de preek. Dat bleek mij wel als ik op catechisatie nog eens vroeg waarover ik de afgelopen zondag had gepreekt. ’t Was heel vaak Gerard die dan het een en ander daarover wist te vertellen.

Dat wil niet zeggen dat er ritselingen des geloofs waren in zijn jonge leven. Hij was een stille jongen en sprak niet over wat er in hem omging. Hij deed dat niet tegenover mij, noch tegenover zijn ouders.

Ondanks dat had hij een goede relatie met zijn ouders.

Ik moet zeggen dat Gerard lieve en goede ouders had. Zij hadden alles over voor hun jongen. Toen hij naar het voortgezet onderwijs ging en later naar de universiteit, zag zijn vader er niet tegen op om iedere dag een paar uur langer te werken, zodat Gerard kon studeren.

Ook zijn moeder verdiende wel eens iets bij om de studie van haar zoon te kunnen betalen. Gerard was hun zeer erkentelijk voor hun inspanning.

Veelbelovend chemicus
Hij zal ongeveer vijfentwintig jaar zijn geweest, toen hij cum laude afstudeerde. Veel bedrijven wilden hem in dienst nemen. Een veelbelovend chemicus was hij.

Nadat hij een keus gemaakt had uit de vele aanbiedingen, trad hij in dienst bij een bedrijf van naam. Voor dit bedrijf moest hij vaak op reis.

Wel kleefde er aan dat reizen bezwaren. Het kwam vaak voor dat hij op zondag moest vertrekken en dat er in het buitenland op zondag door gewerkt moest worden.

Op zondag reizen
Meer dan eens wezen vader en moeder hem op het feit dat hij er niet goed aan deed de zondag te ontheiligen. Zijn ouders hadden grote eerbied voor Gods dag.

Hij had zijn leven vergooid, maar ook – zoals hij zei – verbeurd. Hij kon voor God niet bestaan

Noch de waarschuwingen van vader noch de tranen van moeder veranderden Gerard van gedachten. Hij bleef op zondag met het vliegtuig vertrekken en ook liet hij niet na om op zondag aan het arbeidsproces deel te nemen. 

Dat deed vader en moeder veel verdriet. Zij lieten dat blijken als zij met Gerard spraken, maar ook als zij hem een brief stuurden, wanneer hij een paar maanden elders werkte.

Aangetrokken tot mannen
Maar er was nog iets waarom zowel vader als moeder verdriet hadden. Gerard werd ouder, maar nog nooit was hij met een meisje thuisgekomen. Wat hij aan zijn ouders niet vertelde, was dat hij nooit of te nimmer zou trouwen. Hij voelde zich niet aangetrokken tot een meisje of een vrouw.

Wellicht kunnen wij raden tot wie Gerard zich dan wel aangetrokken gevoelde: het meest voelde hij voor mannen.

Hiervan wisten zijn ouders niets. Nooit hebben zij dit kunnen vermoeden, want als hiervan iets tot uiting kwam was het meestal in het buitenland.

Het gaat niet goed
Op een dag vroegen zijn ouders of ik eens bij hen thuis wilde komen. Gerard lag in het ziekenhuis. Meer dan eens hadden zij hem bezocht, maar hij wilde niet zeggen wat hem scheelde. Wel zagen zij dat hij broodmager werd en dat het met Gerard niet goed ging.

De vrijdag dat ik naar hem toe ging, zal ik nooit vergeten

Nog veel meer vertelde zijn ouders mij toen ik bij hem kwam. Bij mijn vertrek beloofde ik hun zoon in het ziekenhuis op te zoeken.

De vrijdag dat ik naar hem toe ging, zal ik nooit vergeten. Ik schrok van zijn uiterlijk. Een uitgemergelde jonge man van zo’n vijfendertig jaar.

Ik dacht: is dit Gerard die er altijd zo goed had uitgezien? Is dit dezelfde jongen die altijd zoveel zorg aan zijn uiterlijk had besteed? Hij had een complete gedaantewisseling ondergaan. 

Een vergooid leven
Toen ik van de schrik was bekomen, hadden wij samen een lang gesprek. Gelukkig lag Gerard op een kamer alleen, zodat wij vrij met elkaar konden spreken.

Het voert te ver om heel zijn verhaal te vertellen. Uit het lange verhaal dat hij deed, haal ik slechts aan dat zijn leven enkel en alleen had bestaan uit zonden. Wisselende contacten met mannen waren er de oorzaak van dat hij aan aids leed en moest sterven.

Hij had zijn leven vergooid, maar ook – zoals hij zei – verbeurd. Hij kon voor God niet bestaan.

Schuldbrief thuisgebracht
Het gesprek dat wij met elkaar hadden, duurde bijna drie uur. Ik moest er die dag als pastor voor Gerard alleen zijn.

Met elkaar hebben wij gesproken dat er voor de grootste der zondaren redding is als de schuldbrief door de Heere Zelf wordt thuisgebracht en men door genade met deze schuldbrief naar de Heere gaat.

Geloof het of niet, maar we hebben met z’n drieën zitten huilen

Diezelfde dag dat ik Gerard bezocht, ben ik nog naar zijn ouders gegaan. Alles heb ik ze verteld. Dat deze ouders nog meer schrokken dan ik, zal duidelijk zijn.

Kracht in het bloed
Op een nacht werd ik gebeld of ik onmiddellijk naar het ziekenhuis wilde komen. Gerard lag op sterven. Hij wilde mij nog één keer ontmoeten, hoewel wij vele keren contact met elkaar hadden gehad.

Op zijn kamer gekomen, zag ik zijn ouders bij het bed van hun jongen staan. Hij herkende mij toen ik hem begroette. Veel kon hij niet meer zeggen.

Het enige wat hij zei was: „Er is kracht in het bloed van Jezus, zelfs voor de grootste der zondaren, ook voor mij.”

Geloof het of niet, maar we hebben met z’n drieën zitten huilen. Verloren en tóch gered!

Dit artikel verscheen eerder in de GezinsGids in het najaar van 2001 in de rubriek 'Uit de pastorie', geschreven onder het pseudoniem 'Pastor'.

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Kerk
Best Gelezen Opvoeding