Persoonlijk verslag van 11 september, deel 3. Zes verdiepingen aan puin op Ground Zero. „Ineens weten we waarom we hier naartoe wilden”

Tien lang na de aanslag op de Twin Towers bracht mevrouw A. Vogelaar-van Amersfoort een bezoek aan Ground Zero, de plek waar de torens ooit stonden. Ze beschreef haar ervaringen in de GezinsGids. Vandaag deel 3 (slot) uit haar persoonlijke verslagen. „Ik wilde dat er nog een laag was van zes verdiepingen om op te ruimen. Dan was er nog een kans om mensen te vinden.”
Uit de verte hadden we het al een paar keer gezien: de eerste keer een week na 11 september, toen we er met een vliegtuig langs vlogen, de andere keren vanuit de verte als we in New Jersey waren: het gat in de skyline van New York.
Het was een beetje onwerkelijk, elke keer weer.
Nu waren we weer op bezoek in New Jersey en we besloten op een mooie zaterdagmorgen de stad New York in te gaan en een bezoek te brengen aan Ground Zero. Dit is de naam die men gegeven heeft aan het terrein waar men nog steeds bezig is de puinhopen van het World Trade Center op te ruimen.
Zelfs met de metro gaan, kan niet meer
In het treinstation in Hoboken namen we altijd de metro om naar het World Trade Center te gaan. Maar ook dat is verleden tijd. We moeten de bordjes naar de Ferry volgen. Deze veerdienst probeert nu elke dag de tienduizenden mensen die in New York werken, en voor 11 september altijd met de metro gingen, over te zetten.
Deze oversteek naar het financiële district van de stad duurde maar een paar minuten, maar nu moet de boot meer naar het zuiden aanleggen. Daar is een oude pier weer in gebruik genomen.
Wat drijft ons om te kijken?
De zon schijnt uitbundig over de stad als we over de Hudsonrivier naar de overkant varen. Weer bevangt ons dat vreemde gevoel: de bekende torens missen we.
Er staan meer mensen bij de railing te kijken en ze praten gedempt. Ze vragen aan iemand hoe ze naar Ground Zero moeten lopen. Dus er zijn er meer, die willen gaan kijken.
Waarom? Wat drijft ons? Nieuwsgierigheid?
Weggedoken in de schaduw
We lopen naar het noorden. Vreemd. Anders probeerden we ons altijd te oriënteren op de Twin Towers, de tweelingtorens, zoals het World Trade Center werd genoemd. We wisten welke kant we op moesten, hoe ver we waren, alles gemeten aan de aanwezigheid van die twee stoere pijlers.
Maar nu? Voor we er erg in hebben zijn we bij Wall Street, de bekende straat waar het hart van de aandelenhandel klopt. Hekken en betonblokken versperren grimmig alle verkeer.
De historische Trinity Church er tegenover staat er nog. De toren steekt helder af tegen de blauwe lucht. Dat is vreemd. De kerk stond altijd zo weggedoken in de schaduw van de Twin Towers.
Geen grimmige politie
We zien de eerste afgegrendelde straten. Mensen staan stil naar de verte te kijken, naar die open ruimte tussen de andere torens.
Bij elke barricade staan politieagenten, die iedereen vriendelijk te woord staan. Het beeld van de grimmige New Yorkse politie lijkt verdwenen.
Er komen twee brandweerauto’s aan. Een groep brandweermannen stapt uit: een nieuwe ploeg. Nog steeds wisselen ze elkaar af. Het puinruimen gaat dag en nacht door, nu al bijna een half jaar lang.
Er hangen grote spandoeken waarin dank wordt uitgesproken aan deze dappere mannen, die zoveel van hun kameraden hebben verloren.
Gedenkteken
Er moet een platform zijn waarop je over Ground Zero kunt uitkijken. Willen we dat? Willen we alles zien?
We weten dat we ergens kaartjes moeten halen, dan gaan we in de rij gaan staan. Maar we lopen eerst nog verder.
En dan zien we het: een meterslang memorial, een lang hek dat een gedenkteken is geworden met namen, met wensen, vlaggen, bloemen, kaarsen en beertjes. Er hangt een groot papier waar Psalm 91 op is geschreven.
En dan de ontroerende boodschappen:
„Pap, waarom moest dit gebeuren? We missen u!”
„Mijn lieve vrouw, je zult altijd in mijn hart blijven leven. Het was veel te kort. Maar we hopen weer een keer bij elkaar te zijn.”
„Zomaar ineens… in de bloei van je leven… We zullen het nooit begrijpen… Waarom?”
„Waarom deze terreur? Het leven lijkt zo zinloos zonder jou, lieve schat.”
„Onze broer. Zinloos geweld. Maar toch was je leven niet voor niets. We zullen je nooit vergeten.”
„Voor altijd is je plaats leeg, behalve in ons hart.”
Er volgen namen van vriendinnen. Namen… overal namen en foto’s. Dan een lijst namen van collega’s. Sommige firma’s verloren tientallen werkers. Namen van politiemannen en brandweerlieden, die hun leven gaven.
Andere mensen hebben er boodschappen onder geschreven: hartelijke wensen, ook wordt opvallend veel Gods hulp en sterkte toegewenst.
Vier uur in de rij
Mensen drentelen voorbij en lezen in stilte. En dan weten we ineens waarom we hier naartoe wilden: hier is de werkelijkheid, een verschrikkelijke werkelijkheid, maar hier wordt ook meegeleefd en meegeleden met de duizenden die zomaar in een ogenblik in rouw gedompeld werden.
We lopen verder, kijken en lezen. De rij mensen lijkt eindeloos. Het is er stil.
Dan realiseren we ons ineens: al die mensen staan te wachten om het platform op te kunnen. We proberen het einde van de rij te ontdekken: verderop, vier straten verder, sluiten nog steeds mensen aan.
Er gaan elk kwartier honderd mensen op het platform, dus het eind van de rij is misschien over vier uur aan de beurt.
Vreemde, beklemmende stilte
We lopen helemaal om het afgegrendelde terrein heen. De straten zijn stil. Hier raasden en toeterden zes rijen verkeer zich altijd haastig door de stad. Hier kon je amper oversteken, nu lopen we gewoon op de straat.
Het is een vreemde, beklemmende stilte, die maakt dat iedereen fluistert. Dit kan New York toch niet zijn?
We staan weer stil en kijken naar het zuiden, waar de zon over de leegte schijnt. Aan de hoge gebouwen die neerkijken op Ground Zero hangen zwarte netten. Veertig hoog… Hoe lang moeten die kleden wel niet zijn? En waarom hangen ze daar? Tot bescherming? Is er nog steeds de dreiging van vallend puin?
Vrachtwagens onder de watersproeier
Als we aan de noordkant komen, zien we de vrachtauto’s die af en aan rijden. Boven de puinhoop hangt een witte rookwolk. Of is het stof?
Na de terroristische aanslag op 11 september lag er eerst een berg puin van zes verdiepingen hoog, nu is het niet eens twee verdiepingen meer, maar het hele ondergrondse winkelcentrum en het treinstation moeten er ook nog zijn.
Door de enorme hitte is veel tot as verpulverd. Ook veel slachtoffers. Daarom gaan de vrachtauto’s met puin eerst onder een enorme watersproeier door. Zodoende verwaait de as niet als de truck wegrijdt door de straten van de stad. Het water loopt er in stralen af.
Lange rij lachende toeristen
Aan de oostkant hebben we onverwacht een goed uitzicht over het terrein. Het is er een onafzienbare puinhoop en overal krioelen mensen, draaien kranen en rijden trucks. Hoe lang zal dit nog doorgaan?
Hier is ook een meterslang hek in een gedenkteken veranderd. Op de planken wand erachter staan duizenden namen van mensen die hun deelneming betuigen met de slachtoffers.
We zijn nu aan de oostkant van het eiland Manhattan gekomen en lopen stil naar het zuiden, naar de boot, die ons weer naar de overkant moet brengen.
Daar staat een lange rij lachende toeristen te wachten op de boot naar het Vrijheidsbeeld. Er klinkt muziek. We moeten even denken aan die andere rijen mensen, daar in de stad. Achter ons wordt de skyline kleiner. Het was zo onwerkelijk, maar nu niet meer…
Negen maanden later
Bijna negen maanden heeft men onafgebroken puin geruimd. Dan wordt het mei. Het is klaar.
Voor veel nabestaanden is dit een moeilijk moment. Het betekent dat er geen slachtoffers meer worden gevonden, ook al moet men nog 20.000 resten onderzoeken.
„Ik wilde dat er nog een laag was van zes verdiepingen om op te ruimen,” zegt een gepensioneerde New Yorkse brandweerman triest. „Dan bestond er tenminste nog steeds een kans om mensen te vinden.”
Van zijn 29-jarige zoon is niets teruggevonden.


















