Dit eeuwenoude kerkje met een Nederlands tintje werd een oase terwijl de Twin Towers instorten

Op een steenworp afstand van de neerstortende Twin Towers hield een eeuwenoud kerkje stand. Hulpverleners vonden er in de nasleep van de aanslag een toevluchtsoord.
Bij de terroristische aanslagen van 11 september 2001 liep de historische Sint-Pauluskapel, dat zich binnen honderd meter van het World Trade Center bevond, wonderwel geen schade op. Nog geen raam sneuvelde, ondanks het gigantische geweld waarmee de torens instortten.
Het kerkje werd in de maanden na de aanslag een toevluchtsoord voor reddingswerkers en andere hulpverleners rond Ground Zero.
Nederlands tintje
De St. Paul's Chapel uit 1766 is het oudste kerkgebouw dat nog in gebruik is in Manhattan. Het heeft overigens ook een Nederlands tintje, want er liggen diverse Nederlanders begraven, uit de tijd dat New York nog een Nederlandse kolonie was.
Dat de kerk niet beschadigd werd door vallend puin, wordt toegeschreven aan een fikse plantaan die bij de kerk staat. Het orgel liep overigens wel flinke schade op en moest gerestaureerd worden. Mogelijk is dit ontstaan door al het stof dat vrij is gekomen.
Al eerder gespaard
In de nasleep van de ramp werd het kerkje een plek waar hulpverleners konden rusten en eten. De muren van de kapel vulden zich met duizenden brieven en tekeningen van over de hele wereld, bedoeld als bemoediging voor de hulpverleners.
Er is nu nog een permanente tentoonstelling waarin de rol van het kerkje als toevluchtsoord wordt gememoreerd.
De kerk ontsnapte in 1776 ook al aan verwoesting. Toen brak er een grote brand uit in New York. Dankzij een groep mensen die de kerk vochtig hield, bleef de kerk gespaard.


















