Ds. J. de Bruin over Abrahams tweede leugen. „Denk niet dat het lek boven is als je genade hebt gevonden”

Een ezel stoot zich in het gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen, zegt het spreekwoord. Volgens ds. J. de Bruin (CGK) geldt dat niet voor het geloofsleven. Hij zei dat in een preek over Genesis 20. Daarin liegt Abraham voor de tweede keer dat Sara zijn vrouw niet is. Ds. De Bruin trekt er lessen uit. „Als het innig gebruik van de genademiddelen gaat tanen, kom je op een glibberige weg terecht.”
Het spreekwoord zegt: een ezel stoot zich in het gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen. „Oftewel: als iemand een ernstige fout maakt in zijn leven, dan past hij wel op om diezelfde misstap nog een keer te begaan."
De vraag is of dat ook in het geloofsleven geldt, zegt ds. J. de Bruin. „Als een kind van God in een bepaalde zonde valt, is hij daarna zo voorzichtig dat hij wel oppast dat hij niet nóg een keer in dezelfde zonde valt?"
Het is een wonder als dat zo is, zegt ds. De Bruin. „Het is een wonder dat David na zijn zonde met Bathseba niet nog een keer zo'n zonde beging. En dat Petrus maar op één moment in zijn leven de Heere Jezus heeft verloochend is echt een wonder.
Helaas kun je dat niet van al Gods kinderen zeggen. Zelfs niet van Abraham."
Gigantische verhuizing
Ook Abraham viel twee keer in dezelfde zonde. In Egypte zei hij dat Sara zijn zus was. Een poos later doet hij het in Gerar opnieuw. „Ook de vader van alle gelovigen was een onverbeterlijke zondaar."
Kort daarvoor had de Heere de komst van Izak aangekondigd. Binnen een jaar zou het beloofde zaad komen. Maar al snel gaat Abraham verhuizen. „Van Mamre trok hij naar het zuiden. Dat was een hele klus, want hij had veel spullen.
Het was niet zomaar één tentje, het was een enorm groot tentenkamp waar veel mensen woonden. Ook al het personeel met hun gezin moest mee. En ook het vee."
Giftige dampen uit Sodom
Waarom deed Abraham dat, vraagt de predikant zich af. „Was dat echt nodig? Was het niet beter geweest dat ze bij Mamre bleven en daar de geboorte van Izaäk hadden afgewacht?"
De precieze oorzaak staat niet in de Bijbel. „Misschien was het vanwege het oordeel dat over Sodom was gekomen. Dat er nog zwaveldampen en giftige stoffen in de lucht hingen. Misschien was het grasland erdoor verdord."
Calvijn noemt nog een reden. „Misschien keken de mensen Abraham erop aan, dat het oordeel over Sodom en Gomorra was gekomen. Ze begrepen wel: dat heeft de God van Abraham gedaan."
Stormen van ongelovigheid
Er is nog iets opvallends bij deze verhuizing: er staat dat nergens dat Abraham de Heere aanroept en ook niet dat hij een altaar bouwt. „Als het innige gebruik van de genademiddelen gaat ontbreken, kom je op een glibberige weg.
Als het gebruik van de genademiddelen gaat tanen of achterwege blijft, wordt het geloof niet versterkt. End an gaat het verzwakken. En dan wordt je ziel vervuld met stormen van ongelovigheid."
Het lek niet boven
Ook bij Abraham zinkt zijn geloofsleven in. „Abraham begon te vrezen voor de mensen om hem heen. Terwijl er helemaal geen reden voor was. Want de Heere had hen net een heerlijke belofte gedaan."
Daar moeten we van leren, zegt ds. De Bruin. „Dat geldt in het bijzonder voor Gods kinderen. Denk niet dat het lek boven is als je genade hebt gevonden in de ogen des Heeren. Ook dan kun je bij herhaling in dezelfde zonde vallen.
De bekende ouderling Pleun Klein schreef over de zalen van Bethesda. De vijfde zaal noemde hij 'onverbeterlijk'. Ken je die naam? Als het goed is wel.
Je hebt een hardnekkige zonde die elke keer weer de kop opsteekt. Anderen weten er niet van, maar je bent wéér in die zonde gevallen. Je krijgt het er maar niet onder."
Blokkades in het geestelijke leven
Er is nog een les, zegt de predikant: „Dat de gevolgen van de zonde verschrikkelijk zijn. Het brengt duisternis over je hart, schade aan je ziel. Het kan blokkades opwerpen voor de voortgang van Gods werk in je persoonlijke leven.
Floreert je geestelijke leven? Of taant het? Is het al zo'n lange tijd stil? Komt er maar niks bij?
Heb je dan misschien een blokkade opgeworpen? Zodat de Heere – om het menselijk uit te drukken – niet verder met je kan? Dat is een ontdekking."
'Laat U het me zien'
Ds. De Bruin roept op tot zelfonderzoek. „Ga maar op je knieën, voor het aangezicht van een alwetend God en zeg dan: Wat is er gebeurd? Wat heb ik gedaan?
In welke zonde ben ik gevallen? Hoe komt het toch dat het zo stil blijft? Hoe komt het dat de vervulling van Uw belofte geen voortgang heeft in mijn leven? Laat U het me zien."
Moeder des Heeren
Ondanks het afwijken van Zijn kinderen, staat de Heere in voor Zijn eigen werk. „Al verknoeien het elke dag duizend keer."
Zo was het ook in het leven van Abraham. „Sara weggehaald en naar het hof van Abimelech gebracht."
Dat had verstrekkende consequenties. Want: nu kon Gods belofte niet vervuld worden. Abraham en Sara leefden dan immers niet meer samen als man en vrouw. „Abimelech had niet zómaar een vrouw bij zómaar een man weggenomen. Hij had de moeder des Heeren bij een profeet weggenomen."
Doodlopende weg
God grijpt in. Hij laat Abraham niet over aan zichzelf. „Dat is beschamend en tegelijkertijd zó'n wonder. Ondanks de ontrouw van een mens blijft Hij trouw.
Gods kinderen brengen zichzelf vaak in een doodlopende weg. Ze vallen in een ellendige toestand waaruit ze zichzelf niet kunnen verlossen.
Maar waar de zonde meerder wordt, daar is de genade veel meer overvloedig geweest. En die overvloedige genade verkreeg Abraham."
Geen excuses meer
Abraham zoekt excuses om zijn gedrag goed te praten. Dat houdt een spiegel voor, zegt de predikant. „Ben je daar misschien nog steeds mee bezig? Probeer je jezelf te verontschuldigen?
Gebruik je woorden die wel een beetje kloppen, maar waarbij je overeind blijft?Je doet er wat vanaf en vermengt het met wat waarheid, zodat je niet hoeft te buigen? Intussen word je geen verbroken zondaar voor God.
Maar weet je wat eerlijk is? Als je zou zeggen: Heere, ik heb geen uitvluchten meer. Ik ga U niet meer tegenspreken. Ik heb gezondigd. Ik heb niet op U vertrouwd. Het is een zegen als je dat krijgt."
Gebedsgenade
Ondanks zijn zonden wordt Abraham rijk gezegend. „Wat beschamend, hè? Heb je op jezelf vertrouwd? Ben je weer in dezelfde zonde gevallen? Heb je weer bedrogen? En dan gaat de Heere je toch met zoveel zegeningen begenadigen."
Eén van die zegeningen is dat de Abraham „gebedsgenade" kreeg, stelt ds. De Bruin. „Als hij bidt voor de genezing van het Filistijnse volk, verhoort de Heere hem. Daarin ervaart Abraham dat hij toch weer een open toegang tot de troon van Gods genade kreeg.
Zo doet de Heere ook in het leven van de geestelijke kinderen van Abraham: al val je diep in de zonde, toch zal Hij genade schenken om te vluchten tot de genadetroon.
Hij laat merken: Al gooi je met je zonde de deur dicht, Ik doe die deur weer open, opdat je tot Mij komen mag."

















