Tussen vermaak en noodzaak. Waarom God schoonheid schiep

In opvoeding en onderwijs krijgen kinderen het nogal eens te horen: ontdek je talenten en gebruik ze. Het zijn echter niet ‘hun’ talenten, maar Gods talenten, stelt dr. Roelof Bisschop in Zicht op de Kerk, een uitgave van de Hersteld Hervormde Kerk. Talenten hebben we slechts in beheer gekregen. Creatieve talenten hebben daarbij net zo goed een plaats als functionele, noodzakelijke talenten.
Bisschop legt in zijn bijdrage de vinger bij het feit dat niet alle talenten levensnoodzakelijk zijn. Hij vindt het bijzonder dat God mensen ook talenten heeft gegeven die niet nodig zijn om te kunnen leven.
Zo is creativiteit een gave, die niet altijd leidt tot functionele resultaten. „Creatieve gaven kunnen leiden tot uitingen van pure schoonheid.”
Soms komen schoonheid en functionaliteit bij elkaar, aldus Bisschop: „Middeleeuwse bouwmeesters die in de gotische kathedralen pure schoonheid hebben nagelaten door de harmonie van vormen, kleuren, verhoudingen en symboliek.
Iemand als Bach die je met zijn muziek tot op de dag van vandaag diep kan ontroeren, een meesterwerk van Rembrandt, een gedicht van Revius dat je hart raakt. Daarvan genieten is óók genieten van de schoonheid van Gods scheppingsgaven.”
Bewondering
God Zélf heeft schoonheid in Zijn schepping gelegd. De zondeval heeft Gods volmaakte schepping wel aangetast, maar de schoonheid ervan niet tenietgedaan, zegt Bisschop. „Christus Zelf verwijst ernaar in Zijn Bergrede. Let eens op de lelies, zegt Hij, ze werken niet, maar ze zijn fraaier dan Salomo’s kleding ooit is geweest.”
Hij wijst op Psalm 19 die bezingt hoe de hemelen Gods eer vertellen en het uitspansel het werk van Zijn handen verkondigt.
Hoe verder je jezelf verdiept in plaats en de loop van de hemellichamen, de seizoenen, de klimaten, het weer en de natuurwetten, des te meer stijgt je bewondering voor Gods schepping, is de ervaring van Bisschop.
‘Niet-functionele’ talenten
Bisschop benadrukt in Zicht op de Kerk dat juist ook ‘niet-functionele’ talenten, die zijn gericht op pure schoonheid, ertoe doen.
Hij citeert Calvijn die in trefzekere bewoordingen beschrijft dat ook het genieten van de schoonheid van het geschapene hoort bij de goede gaven die God aan de mensen heeft gegeven.
‘Wanneer we dan bedenken tot welk doel God het voedsel geschapen heeft, zullen we ontdekken dat Hij niet alleen wilde voorzien in onze noodzakelijke levensbehoeften, maar ook voor vermaak en plezier daarin wilde zorgen.
Bij de kleding had God niet alleen de noodzaak, maar ook de sierlijkheid en eerbaarheid ervan op het oog; zo ook bij gewassen, bomen en vruchten: behalve het nuttig gebruik dat men er op verschillende manieren van maken kan, ook de bekoorlijke aanblik en de aangename geur’, aldus Calvijn.
Blok hout
Calvijn is wars van de ‘onmenselijke filosofie die ons alleen het noodzakelijk gebruik van het geschapene toestaat’.
'Het is niet alleen een kwalijke zaak dat ze ons het geoorloofde genieten van Gods goede gaven onthoudt, maar deze filosofie kan zich ook slechts handhaven als ze de mens van al zijn zintuigen berooft en een blok hout van hem maakt.’
Bisschop stelt dat dus alle talenten van God afkomstig zijn, zowel de ‘functionele’ als de ‘niet-functionele’.
Verschillende talenten
Talenten zijn daarom geen eigen bezit, maar ze zijn ten diepste van God Zelf. „Daarvan heeft Hij ieder mens iets in beheer gegeven. Niet allemaal dezelfde en evenveel. En met allerlei variatie.
Talenten van hoofd, hart en handen. Een Nobelprijs-winnende natuurkundige, een kundige arts, een vakbekwame timmerman of verpleegster en een zorgvuldige schoonmaakster verdienen daarom gelijke waardering. En van hun werk kun je genieten.”

















