Van het kastje naar de muur. Waarom juist de meest kwetsbare mensen in Nederland vastlopen

Daklozen zonder medische hulp, ouderen die vereenzamen en jongeren die verdwalen in de jeugdzorg: Nederland heeft voor vrijwel ieder probleem een regeling, maar toch lukt het niet goed om de kwetsbaarste mensen werkelijk te helpen. Dat schrijf Marcel Canoy op socialevraagstukken.nl
Volgens Canoy, hoogleraar gezondheidseconomie en dementie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zit het probleem vooral in de manier waarop de verzorgingsstaat is georganiseerd.
Iedere organisatie behandelt een stukje van het probleem. Maar niemand voelt is verantwoordelijk voor het geheel.
Van kastje naar muur
Die versnippering raakt vooral mensen die op meerdere terreinen hulp nodig hebben. Iemand kan tegelijk schulden, psychische klachten, een verslaving en woonproblemen hebben.
Voor ieder probleem bestaat een ander loket, maar kwetsbare mensen zijn vaak niet in staat om de juiste route door het systeem te vinden. Ze hebben moeite met administratie of haken na afwijzingen af.
Zo ontstaat een wrange situatie: wie mondig is en weet hoe de regels werken, vindt relatief gemakkelijk hulp. Wie die hulp het hardst nodig heeft, wordt van het kastje naar de muur gestuurd.
Hulp moet productie opleveren
Een tweede probleem is de financiering. Zorginstellingen worden vaak betaald voor aantallen behandelingen. Dat kan verkeerde prikkels veroorzaken.
Eenvoudige psychische klachten zijn goedkoper en voorspelbaarder te behandelen dan meervoudige problemen.
Voor een instelling kan het daarom aantrekkelijker zijn om veel lichte behandelingen uit te voeren. De mensen met de ingewikkeldste problematiek blijven op de wachtlijst.
In de jeugdzorg kunnen instellingen financieel belang hebben bij langdurige behandeltrajecten. Daardoor blijven wachtlijsten in stand.
Toezicht zonder tanden
Volgens Canoy schiet ook het toezicht tekort. Na misstanden volgen nieuwe protocollen, maar instellingen worden zelden werkelijk verantwoordelijk gehouden.
Daar komt bij dat instellingen vaak zelf mogen meepraten over hervormingen. Organisaties hebben er niet altijd belang bij om een systeem ingrijpend te veranderen waar zij zelf onderdeel van zijn.


















