Ook Frankrijk opent de deur naar hulp bij zelfdoding

Frankrijk heeft hulp bij zelfdoding wettelijk mogelijk gemaakt. Ongeneeslijk zieke volwassenen kunnen voortaan onder bepaalde voorwaarden om een dodelijk middel vragen. De regering spreekt nadrukkelijk over ‘hulp bij sterven’, maar tegenstanders vrezen dat de grens tussen medische zorg en levensbeëindiging fundamenteel is verschoven.
De Franse president Emmanuel Macron heeft op 18 augustus een omstreden wet over hulp bij sterven bekrachtigd. Enkele dagen eerder had de Constitutionele Raad, de Franse tegenhanger van het constitutionele hof, vrijwel de gehele wet goedgekeurd.
Daarmee voegt Frankrijk zich bij een kleine groep Europese landen waar actieve hulp bij het sterven wettelijk is toegestaan. Ook Nederland, België, Luxemburg, Spanje en Zwitserland kennen vormen van euthanasie of hulp bij zelfdoding. Voor Frankrijk betekent de wet een ingrijpende omslag.
Vijf voorwaarden
De wet spreekt over een ‘recht op hulp bij sterven’. Dat wordt omschreven als toestemming om een dodelijk middel te gebruiken. De patiënt dient dat middel in beginsel zelf toe. Wanneer iemand daar lichamelijk niet meer toe in staat is, mag een arts of verpleegkundige het middel toedienen.
Wie een beroep op de wet wil doen, moet aan wel aan verschillende voorwaarden voldoen. Zo moeten ze moeten minstens achttien jaar zijn en lijden aan een ongeneeslijke aandoening die in een vergevorderd stadium is. Ook moeten de klachten niet meer verlicht kunnen worden door behandeling.
Uitsluitend psychisch lijden valt niet onder de voorwaarden.
Gewetensbezwaar
Zorgmedewerkers kunnen zich beroepen op een gewetensclausule en hoeven niet mee te werken. Een arts die weigert, moet de patiënt daar over informeren.
Ook particuliere zorginstellingen met een levensbeschouwelijke grondslag hoeven in principe niet mee te werken, tenzij er in de omgeving geen andere instelling is die wel wil meewerken.
De Franse regering vermijdt overigens de woorden ‘euthanasie’ en ‘hulp bij zelfdoding’ en gebruikt consequent de verzachtende term aide à mourir: hulp bij sterven.
Nederlandse ontwikkeling
Nederland laat zien hoe de euthanasiepraktijk zich na legalisering kan ontwikkelen. De Nederlandse wet trad in 2002 in werking. Aanvankelijk werd euthanasie vooral verbonden met terminale lichamelijke ziekten.
Inmiddels is euthanasie ook mogelijk bij dementie, psychiatrische aandoeningen en een stapeling van ouderdomsklachten.
In 2025 ontvingen de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie 10.341 meldingen. Dat was 3,8 procent meer dan een jaar eerder. Euthanasie maakte daarmee 6 procent van alle sterfgevallen in Nederland uit.
Verdere verruiming?
De Franse wet bevat verschillende waarborgen en is op onderdelen strenger dan de Nederlandse regeling. Maar de ervaring in Nederland leert: wanneer de deur eenmaal is geopend, komt verdere verruiming ook in het zicht.


















