Minister metselt bij opening schooljaar. Maar waardering voor vakmensen blijft achter

Nieuws 25 augustus 2026 3 minuten Redactie
Klas met leerlingen
Shutterstock

De vakman kan tegenwoordig rekenen op warme woorden. Nederland heeft dringend metselaars, timmerlieden en installateurs nodig. Toch geldt havo of vwo in menig gezin nog altijd als de aantrekkelijkste uitkomst van de eindtoets. Is de herwaardering van het mbo werkelijk doorgedrongen tot de keukentafel?

Afgelopen maandag opende Woonminister Boekholt-O’Sullivan het schooljaar op een mbo in Heerhugowaard met de troffel in de hand. Ze deed ook mee aan timmer- en schilderoefeningen.

Ze deed dat om te onderstrepen dat vakmensen hard nodig zijn in Nederland. „Alle bouwplannen die wij in Den Haag bedenken, zullen jullie de komende jaren mogelijk gaan uitvoeren”, hield de minister de studenten voor. 

Volgens haar groeit in de samenleving de waardering voor mbo’ers en hun vakmanschap. 

Grote tekorten
Die waardering komt niet uit de lucht vallen: er is een behoorlijk tekort. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek bleek dat ongeveer tweederde van de ondernemers met een personeelstekort kampt. 

Wie een technisch vak beheerst, hoeft niet lang naar werk te zoeken. Sommige vaklieden beginnen na enkele jaren voor zichzelf en verdienen meer dan menige werknemer met een universitaire opleiding.

Hoog of laag
Toch is de maatschappelijke waardering voor het mbo geen vanzelfsprekendheid. Dat blijkt al uit de woorden die gebruikt worden voor onderwijsniveaus, zoals „hoog” of „laag” schooladvies. 

Een praktisch beroep komt pas in beeld wanneer de theoretische leerweg niet passend blijkt. Om dat te veranderen is er meer nodig dan een minister die een middagje metselt.

Uitgelicht

Nieuw binnen

Deze week populair

Best Gelezen Kerk
Best Gelezen Opvoeding