Zitten we allemaal in onze internetbubbel door nepnieuws? Deze psycholoog beweert het tegendeel

Zitten we tegenwoordig in een soort post-truth-tijdperk? Dat wordt vaak beweerd. Feiten zouden er niet meer toe doen en de waarheid is passé. Maar daar klopt niets van. En dat is niet zomaar een mening. Psycholoog Maarten Van Doorn onderbouwt het in zijn boek Waarom we beter denken dan we denken.
Dat we niet zomaar in onze eigen bubbel rondzweven, voortgestuwd door een stroom aan nepnieuws, kun je aan de hand van wetenschappelijke onderzoeken laten zien.
Psycholoog Maarten van Doorn doet dat in zijn boek Waarom we beter denken dan we denken. Hij schrijft dat „de meeste mensen (…) de waarheid (…) juist erg belangrijk vinden. Mensen laten zich zelden foppen door nepnieuws, online manipulatie of slechte argumenten."
Hij heeft meer relativerende inzichten. „De mate waarin we halsstarrig vasthouden aan ons onderbuikgevoel of onze persoonlijke overtuiging, valt heel erg mee. En ook de negatieve invloed van emoties op de kwaliteit van ons denken wordt schromelijk overdreven.”
Cynisme is onterecht
Hij schrijft dat mensen rationeler zijn dan vaak wordt aangenomen. Dat heeft belangrijke gevolgen. „Het voornaamste is dat discussie, argumenten, feiten en informatie zin hebben.
Mensen nemen dat over het algemeen serieus. Ze zullen hun best doen om daar rationeel mee om te gaan en dat zal hen vaak lukken.
Het is dus de moeite waard om het gesprek aan te gaan, want mensen zijn cognitief capabel genoeg om wat je zegt op waarde te schatten.
Er is ook een reële kans dat ze erdoor van gedachten veranderen. Het huidige cynisme daarover is onterecht.”
Gematigd informatiediëet
Het is waar dat mensen tegenwoordig online veel nieuws binnenkrijgen. Maar volgens Van Doorn lijkt het er niet op dat „we nieuws negeren of dat we enkel informatie consumeren op basis van onze meningen of interesses en de rest uit de weg gaan."
Hij heeft ook argumenten voor die stelling. „Bijna alle Nederlanders consumeren bijvoorbeeld dezelfde nieuwsbronnen, namelijk de traditionele media.
Veel populaire digitale mediakanalen – denk aan nos.nl of telegraaf.nl – zijn daar ook aan verbonden. Zelfs in de Verenigde Staten blijken de meeste mensen vrij gematigde informatiediëten te hebben.”
Ideologisch gekleurd
Van Doorn verwijst hiervoor naar een publicatie uit 2021, geschreven door Andrew Guess, hoogleraar politieke en bestuurskunde aan de Princeton-universiteit.
Die zegt: „Ik merk dat de meeste mensen over het hele politieke spectrum een relatief gematigd mediagebruik hebben, waarvan ongeveer een kwart bestaat uit mainstream nieuwssites en portals.”
Door de overeenkomsten tussen de mediagewoonten van Democraten en Republikeinen te kwantificeren, komt hij uit op een overlap van 50 tot 65 procent. „Een uitzondering hierop is een kleine groep sterk partijdige mensen die een onevenredig groot deel van het verkeer naar ideologisch gekleurde websites genereert."
Kleine groep maakt veel kabaal
Dat wil niet zeggen dat online bubbels – groepen waarin mensen voortdurend bevestigd worden in hun eigen mening en daardoor steeds extremer worden – niet bestaan. „Als online echokamers bestaan, dan zijn die een werkelijkheid voor relatief weinig mensen. Maar deze kleine groep maakt wel heel veel kabaal."
Daardoor kan de beeldvorming ontstaan dat bepaalde meningen door hele volksstammen worden gedeeld, terwijl dat in werkelijkheid meevalt.
Mensen met sterke standpunten lezen méér algemeen nieuws
Van Doorn voegt daar nog een belangrijke opmerking aan toe: „Onderzoek laat verrassend genoeg zien dat de kleine minderheid die vaker nieuws leest dat enigszins partijdig is, óók vaker dan gemiddeld algemeen nieuws ziet.
Juist mensen met sterke standpunten willen anderen overhalen van hun gelijk. Daarvoor moeten ze op de hoogte zijn van hoe anderen de dingen zien.”
Hieruit kun je concluderen dat de mate waarin mensen zich alleen nog maar aan welgevallige informatie blootstellen reuze meevalt.
Sanne Kruikemeier, hoogleraar digitale communicatie, schrijft ergens: „Het dystopische beeld dat de populaire media vaak schilderen (dat we in filterbubbels leven en het nieuws uit de weg gaan) wordt vooralsnog niet bevestigd.”
Daarmee verwoordt ze precies het stanpundt van Van Doorn.


















