Ds. M. van Sligtenhorst: „Wetsprediking betitelen als 'voorwaardelijk' is een breuk met de Reformatie”

Onlangs vertaalde ds. M. van Sligtenhorst het boekje De kunst van het profeteren van de Engelse puritein William Perkins (1558-1602). Waarom?
Perkins' werk verscheen voor het eerst in 1592. Dat was in het Latijn. Pas in 1606 verscheen het in het Engels. Het werd al snel daarna in het Nederlands.
Nu verschijnt het opnieuw op de Nederlandse markt, dankzij ds. M. van Sligtenhorst (49), verbonden aan de hersteld hervormde gemeente van Harskamp. „Ik houd me graag bezig met homiletiek, predikkunde. Het trof mij hoe kort en krachtig Perkins kon schrijven en hoe bruikbaar zijn boekje ook vandaag nog is.
Ik wilde het vertalen omdat dit kleine werkje het misschien makkelijker maakt dit onderwerp bij een grotere doelgroep onder de aandacht te brengen.”
Wat is het belangrijkste dat we eruit kunnen leren met betrekking tot de prediking?
„Hij zegt dat bepaalde Bijbelboeken als sleutel voor de overige Bijbelboeken gebruikt moeten worden. ‘Lees de brief van Paulus aan de Romeinen het eerst', zegt hij bijvoorbeeld. 'Lees vervolgens het Evangelie van Johannes. Dat zijn de sleutels tot het Nieuwe Testament. Daarna zullen de andere boeken van het Nieuwe Testament gemakkelijker te begrijpen zijn.’
In het Oude Testament moeten we volgens hem eerst de Psalmen, Jesaja en Genesis lezen. We zien daarin duidelijk de invloed van de Reformatie.
Ook zegt hij dat in de prediking de Wet voor het Evangelie uit moet gaan. Wij leven in een tijd dat mensen zo'n prediking al snel als ‘voorwaardelijk’ betitelen.
Wat dat betreft zie je een duidelijke breuk met de reformatorische homiletiek.”
Perkins paste een uitgebreide onderverdeling toe op soorten hoorders. Wat kunnen wij daarvan leren?
„De vader der puriteinen, Perkins, wil ons leren separeren. Als we dat niet doen, doen we ook niet echt aan zielszorg.
Persoonlijk heb ik de laatste jaren gevoeld dat ik met betrekking tot de toepassing veel te oppervlakkig te werk ben gegaan. Misschien te weinig methodisch.
Ik zal niet in elke preek alle categorieën aanspreken en alle verschillende zielsgestalten van Gods kinderen benoemen, maar ik probeer meer dan vroeger ruim aandacht te geven aan de toepassing.
Ds. W.J. op ’t Hof zei: ‘De exegese is pas af in de toepassing’.
We moeten erkennen dat de verschillende hoorders er altijd zijn geweest en zullen blijven, tenzij wij ervan uitgaan dat de gemeente bestaat uit louter wedergeborenen.
Er zijn mensen zonder kennis. Er zijn mensen mét kennis, maar die met deze kennis nog opgeblazen zijn. Er zijn mensen die leerbaar en niet leerbaar schijnen te zijn. Er zijn hoorders die enige tekenen van verootmoediging vertonen. Er zijn ook kinderen van God.
Zij moeten allemaal op verschillende wijze geadresseerd worden in de prediking.”
Wat spreekt u het meest aan in Perkins boekje?
„Bij Perkins blijft de Wet de Wet en blijft het Evangelie werkelijk Evangelie. Ik vrees dat deze zaken in onze tijd vaak worden vermengd.
Wat God in Zijn wet eist, schenkt Hij in Christus. In de rechtvaardiging rekent God ons niet onze zonden, maar de gerechtigheid van Christus toe. In de levensheiliging blijft Christus de grote Wetsvervuller. Dat is geen benauwd, maar een bevrijdend Evangelie.
Ook zijn aandacht voor het gebed dat de voorganger namens de gemeente moet en mag doen, trof me. Hij zegt: ‘Het profeteren bestaat uit twee delen: De prediking van het Woord en het openbaar gebed.’
Dit doet mij denken aan een ambtsdrager die in de consistorie bedelde om de genade van het gebed, dat ik ook in de kerkdienst mocht doen. Hij vroeg iedere keer weer of de HEERE mij wilde helpen in het gebed."
Wat is uw volgende project? Wat denkt u van Perkins The calling of the ministry?
„Ik weet niet of ik ooit weer wat ga vertalen. Misschien kan ik het niet nalaten. Het boekje zit tussen dezelfde twee kaften als het boekje dat ik gebruikt heb voor deze vertaling. Dus wie weet.”















